Logistiek is levensader SOB/SOMS

Militairen hebben voor hun uitdagende werk veel nodig: denk aan voedsel, munitie, brandstof, kleding en bewapening. De Logistiek zorgt hiervoor. Zij zorgen dat goederen op voorraad blijven en alles op tijd op de juiste plaats van bestemming terechtkomt.

En daarnaast is er het SICT, niet echt een logistieke afdeling. Maar toch essentieel voor de organisatie en het verloop van de oefeningen. Laten we met SICT beginnen.

SICT

SOB/SOMS wordt begeleid door het Schiet Instructie en Controle Team (SICT) onder leiding van de luitenant-kolonel Bert Wijnhoud.

Embleem SICT

Officieel heet het: “Het SICT is verantwoordelijk voor de ontwikkeling en uitvoering van het CLAS schietopleidings- en schiettrainingsbeleid voor alle binnen het CLAS in gebruik zijnde wapens en wapensystemen en de daarvoor benodigde schietvoorraad. De functionele aansturing vindt plaats vanuit Staf CLAS, Directie Training & Operaties (DT&O) en komt voort uit de directe relatie die het SICT heeft met DT&O t.a.v. het normeren van schietopleidings- en schiettrainingsbeleid en het plannen, voorbereiden, uitvoeren, coördineren en evalueren van schiet- en FAC/TACP-oefeningen in binnen- en buitenland. SICT waarborgt de kwaliteit en veiligheid. Het SICT bestaat uit de sectie SOB/SOMS, de sectie Manoeuvre en de sectie Vuursteun.”

In de praktijk betekent het dat de SICT de oefenende eenheden voorziet van alle kennis met betrekking tot het schieten en het wapengebruik. Daarnaast houdt men toezicht op de schietbanen en bewaakt men de veiligheid.
Het SICT kent als geen ander de banen van Bergen en Munster Süd. En de overste Wijnhoud is in zijn element als hij uitleg mag geven.

Vol historisch besef neemt hij ons mee in de historie van het oefenterrein, dat al sinds 1935 bestaat. Het voormalig concentratiekamp Bergen-Belsen lag op enige kilometers van het oefenterrein. Minder bekend is het krijgsgevangenenkamp Stalag XI C/311 (dat net zo een gruwelijke historie kent).
In de huidige tijd is het oefenterrein een van de weinige plaatsen waar de Nederlandse krijgsmacht met oorlogmunitie mag schieten. En dat doen ze 3 keer 4 weken per jaar tijdens SOB/SOMS. De kosten, 1 miljoen euro per week, zijn te verdedigen. Waar anders krijg je voor dat geld een unieke oefenlocatie, 30 schietbanen en al het personeel dat onderhoud, werking en veiligheid doet?

National Support Element

Tijdens SOB/SOMS komen er vele honderden Nederlandse militairen oefenen. Al deze militairen moeten eten. Op persoonlijk en materieel gebied gaat het soms mis of is er onderhoud nodig. Om gemechaniseerd te kunnen oefenen zijn brandstoffen essentieel, net zoals munitie.

Voor deze gehele ondersteuning tijdens SOB/SOMS is er een tijdelijke eenheid samengesteld: het National Support Element (NSE).

Het organogram van het NSE is opgezet volgens de functionele indeling in secties zoals deze voor alle Nederlandse staforganisaties geldt. Waarbij natuurlijk de hoofdmoot onder de S4 (logistiek) valt.

De logistiek voor deze oefening is een primair een taak voor de Landmacht. De verschillende Landmacht-brigades leveren compagnieën die hun specifieke competenties inzetten. Personeel van Luchtmacht en Marine rouleert binnen de NSE om kennis en ervaring op te doen.

Kamp Hörsten

Niedersachsen Kazerne
Blik op de eetzaal, Niedersachsen Kazerne

Naast het oefenterrein in Bergen, zijn er twee kazernes in gebruik bij de Nederlanders: Kamp Hörsten en de Niedersachsen Kazerne. De laatstgenoemde kazerne is voor Nederlandse begrippen zeer groot. Ooit het hoofdkwartier van het British Forces Germany. Tegenwoordig is er het hoofdkwartier van 414 Tankbataljon gevestigd.

Kamp Hörsten is een stuk kleiner. Op deze kazerne is het NSE ondergebracht.

Gezondheidszorg

De gezondheidszorg tijdens SOB/SOMS wordt uitgevoerd door 13 Geneeskundige Compagnie. Zij hebben een dokterspost en de mobiele tandartsenpost voor het ‘reguliere’ werk.

Bij calamiteiten kan 13 Gnkcie beschikken over de MB 290 ambulance en over twee Boxer-ambulance pantserwielvoertuigen. Bij calamiteiten wordt trouwens nadrukkelijk samengewerkt met de reguliere Duitse hulpdiensten. Zij verzorgen primair de ambulancedienst. Als er een ziekenhuis nodig is, gaat men naar een Duits burgerziekenhuis.

Eten

Napoleon wist het al. ‘Een leger marcheert op zijn maag,’ zei hij. 
Tijdens SOB/SOMS zijn er tijdens de drukste momenten 2000 militairen aanwezig. Voor hen zijn er de koks van 240 Dienstencompagnie aan het werk.

In de mobiele satelliet keukens bereiden zij de single- en multi portion maaltijden. Niet vers gekookt maar in stoomovens verwarmd.
Omdat het ontbreekt aan verse ingrediënten is er nu een proef ‘Klein Vers’. Vanuit Nederland worden verse groenten aangevoerd die door het keukenpersoneel omgezet worden in verse salades. De proef lijkt nu al een succes: aan het eind van de maaltijd zijn in de saladebars de bodems van de bakken vaak in zicht.

Techniek

11 Herstelcompagnie heeft de werkplaats en de opstelplaatsen op Kamp Hörsten tot zijn beschikking.

24/7 zijn de werkplaatsen open en de monteurs aan het werk. Veel onderdelen heeft men bij zich. Voor bijzondere onderdelen die kapot gaan, wordt er samengewerkt met de collega’s in Nederland. De gewenste materialen worden ingevoerd in SAP, iedere dag komt er een vrachtauto de benodigde spullen brengen.

Eigen munitiecomplex

Op het oefenterrein Bergen heeft het Nederlandse leger een eigen munitiecomplex (magazijncomplex). Met munitiebunkers, een munitiewerkplaats en een terrein voor op- en overslag.

De commandant van het munitiecomplex, luitenant Poels, is resoluut: geen foto’s op het terrein. Wel geeft ze een veiligheidsbriefing met een duidelijk advies mocht er iets fout gaan op het complex: “Zo snel mogelijk die kant op rennen!” zegt ze, terwijl ze naar een plek een paar honderd meter verder wijst. 
Voor hen die toch een indruk willen krijgen van het complex: een luchtfoto.

Munitiecomplex Bergen – Lohheide. Bron: Google Maps

Het complex is trouwens volledig in Nederlands beheer. Met 30 man en vrouw Nederlands personeel. Het voordeel van een eigen complex is dat de munitie rechtstreeks vanuit de fabriek naar het terrein kan. Dit scheelt transportkosten. Maar ook de kosten van het importeren in Nederland en het weer exporteren naar Duitsland moeten we niet onderschatten.

Volgens de commandant van het SICT, de overste Wijnhoud, is er op dit moment aan munitie voor de Klein Kaliber Wapens in ieder geval geen gebrek meer.