Geschiedschrijving Koude Oorlog

Tot eind jaren ’90 van de twintigste eeuw heeft de Koude Oorlog voor een deel de maatschappij bepaald. Dat de ‘Russen komen’ was een belangrijke dreiging. Nederlanders die in de jaren ’60 en ’70 geboren waren, hebben de dreiging meegemaakt. Een dreiging die de kinderen van de 21e eeuw zich vaak niet meer kunnen voorstellen. Geschiedschrijving over de Koude Oorlog blijft belangrijk. Al is het voor het bewust realiseren dat we dankzij deze periode nog in vrijheid leven.

Communistische dreiging

Nadat Tweede Wereldoorlog was gewonnen, startte Europa vol met de wederopbouw. De wereldmachten van voor de oorlog, Groot-Brittannië en Frankrijk, hadden zware offers moeten brengen om de oorlog te kunnen winnen. Die andere jaren ’30 wereldmacht, Duitsland, had de oorlog verloren en ligt in puin.

De Verenigde Staten en Rusland zijn de grote winnaars van de oorlog. Zonder extreme schade (maar met veel opoffering) zijn zij de oorlog doorgekomen. Zij stappen in het machtsvacuüm dat met het wegvallen van de Europese landen op het wereldtoneel ontstaat.
De houding van de communistische Sovjet-Unie baarde het Westen al tijdens de Tweede Wereldoorlog zorgen. Het Europese zelfbeschikkingsrecht (afgesproken in de Conferentie van Jalta) kwam na de oorlog niet van de grond. De communistische ideologie liet met de blokkade van Berlijn zien dat zij een andere visie op de toekomst hebben. Berlijn werd gevolgd door de machtswisseling in Tjecho-Slowakije (1948) en de oorlog in Korea (1950 – 1953). Dichterbij kwam de Berlijnse Muur, het IJzeren Gordijn.

NAVO en Warschaupact

De Europese landen wilden in de loop van de jaren ’40 een sterkere eigen defensie. In 1949 werd de Noord Atlantische Verdrags Organisatie (NAVO) opgericht. Een van de belangrijkste punten was Artikel 5: het principe dat men gezamenlijk zal optreden als een van de lidstaten door een vijand wordt aangevallen. Met die vijand werd tijdens de Koude Oorlog uiteraard de Sovjet-Unie bedoeld.

Het Oostblok richtte als reactie op de herbewapening en het NAVO-lidmaatschap van de Bondsrepubliek Duitsland in 1955 het Warschaupact op.

Oorlog: mutual assured destruction

Zowel de NAVO als het Warschaupact konden beschikken over atoomwapens. In 1963 leidde dat zelfs tot de Cubacrisis. De wapenwedloop tussen de NAVO-landen en de WP-landen komt op gang. Mutual assured destruction wordt een begrip, het is de militaire strategie die ervan uitgaat dat een gebruik van nucleaire wapens op grote schaal door een van twee zijden in een oorlog zou resulteren in de vernietiging van zowel de aanvaller als de verdediger.

De Koude Oorlog, een periode van gewapende vrede tussen de communistische en de kapitalistische wereld, is gestart.

Bescherming

Oost tegen West, grote legers en de dreiging van de atoombom. In Nederland worden allerlei voorzorgsmaatregelen genomen om ons te beschermen. Voor het geval dat ‘de Russen zouden komen’.

Verspreid door het land worden commandoposten, schuilkelders, luchtwachttorens en mobilisatiecomplexen gebouwd. Wetgeving zorgt ervoor dat de grond beschikbaar komt. En dan is er ook nog personeel nodig. De dienstplicht zorgt ervoor. Nederland kabbelt voort. Op het West Europese grondgebied gebeurd verder weinig.

Opgroeien in de 60’s, 70’s en 80’s

Voordat het vredesdividend geïnd wordt, weet iedereen niet beter. Het leger is er om Nederland (en de NAVO) te verdedigen. Vanaf 18 jaar moest iedere jongen in dienst. Open dagen van Landmacht, Luchtmacht en Marine werden jaarlijks gehouden. Materieel was er in overvloed (ten opzichte van de huidige begrippen).
De vliegbasis Soesterberg was actief. Het 32 Tactical Fighter Squadron (USAFE), 334 squadron en 298 squadron lieten hun F-15’s, F-27’s en Alouettes volop vliegen. Het was normaal om militairen in het straatbeeld te zien.

Toen was geluk nog heel gewoon. Net zoals meerdere keren per week op de fiets naar Soesterberg om te kunnen spotten.
Ruim 40 jaar was de Koude Oorlog bepalend voor het Nederlandse leven.

Afbreken in Vrede

We maken een sprong in de tijd. Perestrojka. De val van de Berlijnse muur. Nooit meer oorlog.
We hebben al dat legermaterieel niet meer nodig. De opkomstplicht wordt in 1997 afgeschaft. En met al het afstoten verminderd de totale omvang van de gehele Nederlandse Defensie.

Tussen 1995 en 2010 gaat het hard. De ene na de andere kazerne wordt gesloten. Complexen en oefenterreinen worden in grote getale afgestoten. Afgestoten? Veelal betekent het sloop. Tastbare herinneringen uit de Koude Oorlog-periode verdwijnen.

Maar heel langzaam stijgt het besef dat ook erfgoed uit deze periode zijn eigen specifieke waarde heeft. Er is zelfs sprake van urgentie in het ophalen van informatie uit deze periode. Er zijn nu nog ooggetuigen die uit eerste hand kunnen vertellen hoe zij deze periode hebben beleefd. Nog niet alle bouwwerken zijn teruggegeven aan de natuur of verworden tot woonwijk maar het duurt niet lang meer…

In kaart

Zijn de mobilisatiecomplexen ooit volledig in kaart gebracht? Nee. Zelfs het exacte aantal complexen is in het jaar 2020 niet bekend. We hebben te maken met de tijd waarin archieven van papier waren. Pas in de loop van de jaren ’80 van de vorige eeuw kwamen er computers en start heel voorzichtig de digitalisering. Voor de documentatie van de Koude Oorlog komt de digitalisering te laat. Heel veel archieven worden simpelweg vernietigd. De gegevens zijn niet meer nodig en opslaan is nergens meer goed voor. Weg ermee.

Andere websites hebben al eerder veel van de mobilisatiecomplexen in beeld gebracht. Vol respect kunnen we kijken naar de website forten.info die hier baanbrekend werk heeft verricht.

Waarom?

Ineens is daar Corona en gaat heel Nederland in lockdown. Defensie stopt heel veel oefeningen. De internationale oefening DEFENDER Europe wordt grotendeels geannuleerd. Alle festiviteiten rond 75 jaar bevrijding kunnen geen doorgang vinden. En waar 2019 voor DefensieFotografie een zeer succesvol (lustrum)jaar was, komen we in 2020 knarsend tot stilstand. Wat te doen? Wat is er nog minimaal beschreven en is belangstelling voor? De Koude Oorlog en de mobilisaties. Het worden de mobilisatiecomplexen.

Werkwijze

Vanwege de hoeveelheid werk, gaan we de beschrijving van de MOB-complexen gefaseerd aanpakken. Dit zijn de stappen:

  1. Overzicht van de complexen (gereed)
    Welke complexen zijn er? Waar lagen ze precies?
    Voor het gebruik van de kaarten en luchtfoto’s is toestemming verkregen van het Kadaster.
  2. Finetunen (onderhanden)
    Gaandeweg is extra informatie beschikbaar gekomen over de complexen. Hiermee wordt (veelal subtiel) de informatie op de website verrijkt. Er zijn nog diverse overzichten van opgeheven complexen en besluitdocumenten uit de politiek. En wat is een mobilisatie-complex?
  3. Verdiepen
    In de pers is vroeger geschreven over de MOB-complexen. Websites zoals Delpher hebben de kranten uit de periode van de Koude Oorlog gedigitaliseerd. En dan is er uiteraard nog de grootse collectie van de NIMH. Lokale verenigingen hebben soms hun best gedaan om informatie uit te zoeken en te publiceren. Informatie zal op de site genoemd worden. Auteursrecht zal bepalend worden.
  4. Militair gebruik
    Al tijdens de eerste stap blijkt informatie over de eenheden schaars. In stap 4 wordt dit de onderzoeksopdracht. Wellicht kunnen oud-militairen hier nog input leveren?
  5. Bijblijven
    En terwijl in 2020 de website rond de mobilisatiecomplexen opgebouwd wordt, moet de informatie natuurlijk actueel blijven.

De verwachting is dat we tot eind 2022 nodig hebben om tot en met stap 4 te komen.

Fotograferen

We zouden het bijna vergeten. Maar dit is de website van DefensieFotografie Nederland. Naast het beschrijven van de complexen zal ieder complex ook met de camera bezocht worden. Ook als het een natuurgebied is geworden.

Met dank aan

Een project als dit kan bijna niet alleen gedaan worden. De harde kern van ‘groene liefhebbers’ draagt zijn steentje bij.

Speciale dank gaat uit naar Harold Bergers. Mederijder bij voertuigsvereniging The Green Sparks, oud-Soesterberg spotter en al jaren verzamelaar van informatie uit de Koude Oorlog.

Vanuit hun eigen bijzondere expertise hebben de volgende personen een bijdrage geleverd: Gerrit Jan Kattenberg, Paul Mentink en René Reinders.