Aanvallend gevecht

Duits: Angriff   
Engels: Attack 
Frans: Attaque

Een van de drie gevechtsvormen. Afhankelijk van het niveau waarop strijd wordt geleverd aangeduid met aanvallende gevechtsacties, aanvallend gevecht of offensief. De correcte naamgeving voor (grote) eenheden en formaties is:

  • Eenheden (bataljon en lager): aanvallende gevechtsacties
  • Grote eenheden (brigade en divisie): aanvallend gevecht
  • Formaties (legerkorps en hoger): offensief

Het doel van het aanvallend gevecht is het overmeesteren van een tactisch essentieel gebied of terreindeel. Hierbij wordt de vijand zowel de mogelijkheid als de wil ontnomen om verder tegenstand te bieden.
Kenmerkend voor het aanvallend gevecht zijn:

  • Snelheid
  • Flexibel optreden
  • Verrassing
  • Eenvoud
  • Concentratie van (eigen) middelen
  • Agressiviteit
  • Uitbuiten van succes.

In het aanvallend gevecht worden drie manoeuvrevormen onderscheiden:

  • Doorbreking
  • Omtrekking
    Tijdens het naderen van het aanvalsdoel op zodanige afstand om de flanken van de vijandelijke verdedigingverplaatsen, dat vóór het bereiken van het aanvalsdoel géén gevechtscontact plaatsvindt. Bekendste vorm van de omtrekking is zo’n aanval, uitgevoerd met zowel neven- als schijnaanvallen.
  • Omvatting
    Aanvallen op de flank of in de rug van (een deel van) de vijandelijke verdediging. Bekendste vorm van de omvatting is de tangbeweging in de rug van de vijand (enkele omvatting), uitgevoerd met nevenaanvallen. De dubbele omvatting vindt op twee flanken plaats.

[Tekst: boekje-pienter.nl]

« Back to Glossary Index