Manoeuvre-optreden

Van oudsher kent het landoptreden drie vermogens die gezamenlijk het traditionele manoeuvre-optreden vormen:

  1. Het vermogen om over het gevechtsveld te kunnen bewegen om een positie van relatief voordeel ten opzichte van de vijand te verkrijgen (mobiliteit);
  2. Het vermogen om de vijand zodanig te kunnen slaan dat hij wordt vernietigd of gedemoraliseerd en de wil om te vechten wordt gebroken (slag of vuurkracht);
  3. Het vermogen om dergelijke slagen van de vijand te kunnen weerstaan (bescherming).

De essentie bij het manoeuvre-optreden is dat eenheden met verschillende functies (zoals infanterie, tanks (MBT), genie, vuursteun, logistiek) elkaar op het gevechtsveld ondersteunen, waardoor een synergie ontstaat die groter is dan het geheel van de delen. Dit ‘optreden van verbonden wapens’ (Engels: combined arms maneuver) wordt ‘gedragen’ door tanks omdat deze inherent beschikken over de drie genoemde vermogens.

Andere licht en middelzwaar gepantserde voertuigen, zoals het infanteriegevechtsvoertuig van de landmacht – de CV9035NL – hebben die vermogens ook, maar aanzienlijk minder. Licht en middelzwaar gepantserde eenheden van de landmacht zijn daardoor kwetsbaar voor het vuur van zelfs decennia oude tanks zoals de Russische T-55, T-62 en T-72. Deze komen nog in grote hoeveelheden voor in mogelijk toekomstige operatiegebieden. Ook is er een levendige markt in aanvullende pakketten, waarmee deze tanks behoorlijk up to date zijn te brengen. 

Zie ook: manoeuvre-oorlogsvoering.

[bron: Militaire Spectator]

« Back to Glossary Index