Luchtmobiel Speciaal Voertuig (LSV)
Het Luchtmobiel Speciaal Voertuig (LSV) is een klein, open terreinvoertuig dat de Koninklijke Landmacht speciaal ontwikkelde voor 11 Luchtmobiele Brigade. Het voertuig kan per helikopter worden vervoerd en biedt de brigade mobiliteit op de grond tijdens luchtmobiele operaties. Vanaf 2027 vervangt Defensie de LSV door de Rheinmetall Caracal.
Foto’s van de LSV
De LSV doet aan verschillende oefeningen van Luchtmobiel mee. Je vindt hem op de foto’s op de grond maar zeker ook onder een helikopter.
Specificaties
- Fabrikant: Lohr Industries (Frankrijk), onder licentie geproduceerd door SP Aerospace and Vehicle Systems (het vroegere DAF Special Products)
- Lengte: 3,34 meter
- Breedte: 1,81 meter
- Hoogte: 1,78 meter
- Gewicht: circa 1.400 kilogram
- Motor: Peugeot 4-cilinder diesel
- Vermogen: 51 kilowatt bij 4.600 toeren per minuut
- Koppel: 122 Nm bij 2.200 toeren per minuut
- Aandrijving: Permanente vierwielaandrijving
- Transmissie: Automatische versnellingsbak
- Maximumsnelheid: 70 kilometer per uur
- Klimvermogen: 60% helling
- Bemanning: 2 personen (+ lading/gewonden afhankelijk van variant)
- Aantal aangeschaft: 208 (initiële behoefte van 230 stuks tijdens project teruggebracht naar 180, in 1998 aangevuld met 28 voertuigen van de gewondentransportversie)
- In gebruik bij: 11 Luchtmobiele Brigade (Koninklijke Landmacht)
Ontwikkeling
Op 1 mei 1992 richtte de Koninklijke Landmacht 11 Luchtmobiele Brigade op. Direct ontstond de behoefte aan specifiek materieel voor deze nieuwe eenheid. De brigade had een voertuig nodig dat mobiliteit op de grond kon bieden én per helikopter vervoerd kon worden, zowel intern als extern aan een hijslijn.
Het gewicht van het voertuig was cruciaal. Een te zwaar voertuig zou het bereik en de laadcapaciteit van de helikopter ernstig beperken. Aanvankelijk stelde Defensie het gewicht op maximaal 1.200 kilogram. Tijdens het aanbestedingsproces in 1994 presenteerden verschillende bedrijven ontwerpen, maar geen enkel voertuig op de markt voldeed aan deze eis.
Na een eerste selectie bleven vier kandidaten over. Omdat geen van de voertuigen aan de gewichtseis voldeed, verhoogde Defensie de limiet naar 1.400 kilogram. Na verdere tests bleek de Véhicule Légère Aeromobile (VLA) van de Franse fabrikant Lohr Industries aan de aangepaste eisen te voldoen. Defensie koos in 1994 voor dit voertuig.
Productie en levering
De ontwikkeling van het voertuig naar de Nederlandse wensen liep vertraging op. Aanvankelijk wilde de Koninklijke Landmacht de voertuigen al tijdens de opbouw van de brigade gebruiken (1992-1994). Als tijdelijke oplossing gebruikte 11 Luchtmobiele Brigade de open Mercedes-Benz terreinwagens (model 280 en 290).
In 1996 plaatste Defensie de definitieve order. SP Aerospace and Vehicle Systems produceerde de LSV onder licentie in Nederland. De eerste exemplaren werden eind 1998 afgeleverd. De Mechanisch Centrale Werkplaats van de landmacht voerde vervolgens de ombouw uit naar de specifieke AT (anti-tank) of GWT (gewondentransport) uitvoeringen.
Constructie
Het voertuig bestaat grotendeels uit een buizenframe met een polyester carrosserie. Het heeft twee zitplaatsen en een open laadoppervlak. Het LSV beschikt niet over een kreukelzone en daarom beschouwde Defensie het voertuig als onveilig onder vredesomstandigheden. De permanente vierwielaandrijving en automatische versnellingsbak maken bediening eenvoudig. De motor komt van Peugeot.
Varianten
Defensie schafte drie hoofdvarianten van het LSV aan:
- Algemene Dienst (AD)
Het basismodel voor algemeen transport. Deze variant vervoert bijvoorbeeld verbindingsmiddelen, munitie, kleine ladingen of personeel. Het is de meest voorkomende uitvoering. - Anti-Tank (AT)
De AT-variant vervoert een antitankwapen en bijbehorende munitie. Het voertuig biedt luchtmobiele eenheden de mogelijkheid snel antitankcapaciteit in te zetten na landing. - Gewondentransport (GWT)
Deze medische variant is herkenbaar aan de grote huif over het laadoppervlak. Het voertuig kan twee liggende gewonden en één zittende persoon vervoeren. De huif biedt bescherming tegen weersinvloeden tijdens het transport van slachtoffers. Op de huif zit een rood kruis (ofschoon dat vaak bedekt is).
Operationele inzet
Het LSV zette Defensie in tijdens verschillende missies en oefeningen. De voertuigen ondersteunden 11 Luchtmobiele Brigade bij operaties waar helikopters de eerste troepen afzetten en waar direct mobiliteit op de grond nodig was.
Door het lichte gewicht konden Chinook-helikopters het LSV intern vervoeren of extern aan een hijslijn. Deze flexibiliteit maakte snelle inzet mogelijk in verschillende terreintypen, van stedelijk gebied tot ruig terrein. In latere jaren vulde de Mercedes-Benz G280 CDI het LSV aan voor taken waar iets meer bescherming of capaciteit nodig was. Voor specialistische taken schafte Defensie ook militaire dieselquads aan.
Het gebrek aan een kreukelzone en de lage maximum snelheid maakten het LSV minder geschikt voor vredesomstandigheden op de openbare weg. Defensie classificeerde het voertuig daarom als onveilig buiten operationeel gebruik.
Daarnaast beperkte het lichte gewicht de bescherming. Het open karakter en de polyester carrosserie boden geen bescherming tegen vuur. Het voertuig was uitsluitend bedoeld voor logistiek en transport, niet voor gevechtsacties.
Vervanging
Het LSV nadert het einde van zijn operationele levensduur. In oktober 2018 sloot Defensie een contract met Mercedes-Benz/VDL Groep voor de levering van 515 nieuwe luchtmobiele voertuigen. Door jarenlange vertraging bij de complexe ontwikkeling ontbond Defensie dit contract in november 2021.
Vervolgens zocht Defensie samenwerking met Duitsland binnen het project ‘Airborne Vehicles’. Op 20 december 2023 tekende Defensie een contract voor de levering van 504 Rheinmetall Caracal-voertuigen. Deze nieuwe voertuigen vervangen het LSV, de Mercedes-Benz terreinwagens en enkele DAF YA4442 logistieke vrachtauto’s.
Als interim-oplossing schafte Defensie in december 2022 al 41 Vector-voertuigen aan van de Nederlandse leverancier Defenture. Het Korps Commandotroepen gebruikt de Vector sinds 2015. Deze voertuigen ondersteunen specifiek de Special Operations Forces (SOF) taken van 11 Luchtmobiele Brigade.
De eerste Caracal-voertuigen komen in 2027, de laatste in 2029. Hiermee loopt het vervangingsproject zes jaar vertraging op ten opzichte van de oorspronkelijk geplande instroom in 2021.
Polen koos anders
Rond de vervanging van de LSV door de voornoemde voertuigen speelt het gewicht door ons hoofd. Een LSV weegt ongeveer 1.400 kg. De Vector zit in de basisuitvoering rond de 3.000 kg en de Caracal rond de 3.200 kg. De opvolgers van de LSV zijn daarmee twee keer zo zwaar. Capabele nieuwe voertuigen, dat is absoluut waar. En een heel stuk lichter dan hun Amerikaanse variant, de Oshkosh JLTV (10 ton gewicht, Korps Mariniers krijgt ze in 2028)
De Poolse 6e Luchtlandingsbrigade heeft met rond 2020 de PWA AERO voor de luchtmobiele inzet ingevoerd. PWA staat voor Pojazd Wojsk Aeromobilnych, in goed Nederlands: Luchtmobiele Troepen Voertuig. De PWA AERO is een terreinwagen gebouwd door een consortium onder leiding van Kafar Bartłomiej Szukiert, op basis van de Toyota Land Cruiser HZJ 71.74. De AERO weegt 1.800 kg. Polen heeft er 80 aangeschaft.
Foto-archief Luchtmobiel Speciaal Voertuig
Via deze link kom je in het fotoarchief van alle LSV-foto’s op de website.
