Deep operations

Diepe operaties. Term die met name van toepassing is op het gevecht tijdens de Algemene Verdedigingstaak (AVT). Operaties diep in vijandelijk gebied met als doel:

  • bewegingen van de vijand te vertragen
  • middelen te vernietigen
  • vijandelijke commandovoeringscapaciteit te beperken
  • vijandelijke voortzettingsvermogen te beperken (ook de moraal).
Schema Battlefield Organization TM 100-15
Schematische weergave Battlefield Organization. Bron: TM 100-15 US Army

Met een diepe operatie wil men de voorwaarden scheppen voor de eigen nabij operatiesdoor het vinden (find), binden (fix) en zo mogelijk slaan (strike) van de vijand; deze voorwaardescheppende handelingen ontnemen de vijand zijn vrijheid van handelen en dus zijn initiatief.

Gevechtsvoerder van de diepe operatie is de brigadecommandant.

Traditioneel is de diepe operatie gericht tegen vijandelijke eenheden die juist NIET in direct in gevechtscontact staan, zoals commandocentra, infrastructuur, logistieke installaties, reserves, verbindingscentra en volgende aanval-echelons. De brigade voert de diepe operatie in een strook van 25 à 75 km voorbij de VLET (voorste lijn eigen troepen). De belangrijkste activiteiten in de diepe operatie zijn:

  • doelopsporing
  • elektronische oorlogsvoering
  • inlichtingenverwerving
  • interdictie (afsnijden van de vijandelijke toevoer van personeel en materieel naar de VLET)

Bovenstaande activiteiten worden hoofdzakelijk uitgevoerd door het I.S.T.A.R.-bataljon, het C.I.S.-bataljon en Special Forces (Korps Commandotroepen).

De diepe operatie onderscheidt zich van de nabijoperaties (close operations) en de achtergebiedsoperaties (rear operations).

De basis van ‘deep operation‘ ligt in Rusland. De militaire theorie is rond 1920/1930 ontwikkeld en in de Tweede Wereldoorlog in de praktijk ingezet.

[Bron: Boekje Pienter]

« Back to Glossary Index