Martin BosOefeningen

Oefening Dubbelspoor bij het Calamiteitenhospitaal

Tijdens de oefening Dubbelspoor krijgt het Calamiteitenhospitaal in Utrecht twee rampen tegelijk te verwerken. In Amersfoort arriveert een gewondentrein met dertig Nederlandse militairen, en vrijwel gelijktijdig rijdt tijdens een Halloweenfeest een touringcar in op een menigte. De jaarlijkse oefening speelt zich af op militair oefenterrein De Vlasakkers en in het hospitaal zelf. Ze brengt de volledige geneeskundige keten bijeen, van de eerste melding bij de meldkamer en de inzet van de hulpdiensten tot de behandeling van de slachtoffers.

Het Calamiteitenhospitaal bestaat dit jaar 35 jaar, een zevende lustrum. Het ziekenhuis staat op het Utrecht Science Park bij het UMC Utrecht. Het is een samenwerking van het UMC Utrecht, het Centraal Militair Hospitaal (CMH) en de ministeries van Defensie en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Aan de oefening doen ongeveer 550 mensen mee: zorgprofessionals, militairen en hulpverleners van het Defensie Ondersteuningscommando (DOSCO), het UMC Utrecht, andere Defensieonderdelen en tientallen civiele hulpdiensten.

Een groot aantal ambulances arriveert al voordat de trein er is, onder begeleiding van de Koninklijke Marechaussee. De luitenant van het 44 Pantserinfanteriebataljon is een van de mensen die al maanden druk zijn met de voorbereidingen van de oefening.

Gewondentrein

Het eerste scenario is gepland: de oefening gaat uit van een grootschalig conflict waarin de NAVO is betrokken/ Hierdoor komen gewonde militairen naar Nederland komt. Op de ochtend van de oefening komt de gewondentrein met dertig Nederlandse militairen aan bij het raccordement De Vlasakkers in Amersfoort.

De trein staat op afstand van het raccordement in de mist te wachten tot hij binnen mag komen.

De komst van de gewonden is enkele dagen van tevoren bekend, zodat de zorgketen zich planmatig kan voorbereiden. Zo’n aangekondigde komst heet een geplande openstelling van het hospitaal. Vertegenwoordigers van Defensie, Veiligheidsregio Utrecht, de ambulancediensten en het Nederlandse Rode Kruis zijn hierbij betrokken. De ambulancediensten staan onder leiding van de Regionale Ambulancevoorziening Utrecht (RAVU).

Koning Willem-Alexander bezoekt de oefening vanwege het 35-jarige bestaan van het hospitaal.

De eerste slachtoffers komen onder toeziend oog van de koning uit de trein en gaan naar de ambulances.

Ongeluk touringcar op De Vlasakkers

Het tweede scenario begint voor het hospitaal zonder waarschuwing vooraf en speelt op een andere plek van het terrein. Tijdens een feest rijdt een touringcar in op de menigte en ontploft een gasfles van een foodtruck. Er vallen ongeveer 120 slachtoffers, onder wie kinderen. Dat loopt van T1 (levensbedreigend gewond) via T2 (zwaargewond) tot T3 (gewond, minimale behandeling). De Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) zet het zogeheten Gewondenspreidingsplan in. Na de triage vervoeren ambulances de slachtoffers naar het Calamiteitenhospitaal.

Rondom de wrakken liggen de gewonden van het ongeluk. Iemand staat vertwijfeld met een brandblusser bij een brandende auto. Twee gewapende mannen beveiligen de hoogwaardigheidsbekleder.

Ze houden ook de slachtoffers op afstand. En al snel komen hun eveneens bewapende collega’s.

Bij dit ongeval werkt de GHOR samen met het Landelijk Coördinatiecentrum Patiëntenspreiding (LCPS), Politie Midden-Nederland en de brandweer. De oefenslachtoffers komen onder andere van Nexra Safety en Grip5.

De autobrand is snel onder controle.

Doordat beide scenario’s tegelijk spelen, ontstaat in de oefening een complexe situatie. Een voorbereide opvang en een onverwachte ramp vragen tegelijk om capaciteit, besluitvorming en civiel-militaire samenwerking. Vanaf beide locaties gaan de gewonden per ambulance naar Utrecht, in colonne en onder begeleiding.

De ambulances gaan onder begeleiding van de Koninklijke Marechaussee naar Utrecht.

Opvang in het Calamiteitenhospitaal

Het Calamiteitenhospitaal maakt zich in Utrecht gereed. Binnen dertig minuten na het besluit tot openstelling is het ziekenhuis operationeel. Artsen, verpleegkundigen en ondersteunend personeel krijgen automatisch een oproep, en de medische voorzieningen staan direct klaar. Al snel arriveren de eerste slachtoffers en komt de geneeskundige keten op gang.

Met de eerste ambulance komt de koning samen met het eerste slachtoffer aan.
Luitenant ter zee der eerste klasse (LTZ1) Joris Prinssen, hoofd Calamiteitenhospitaal, en Josefien Kursten, lid raad van bestuur UMC Utrecht, ontvangen de koning.

Het hospitaal heeft 200 bedden, drie operatiekamers en een intensive care. In de crashroom is plek voor 10 personen, op de intensive care voor 12, op medium care voor 50 en op low care voor 124. Daarnaast zijn er vier isolatieboxen.

Het contrast is groot in het Calamiteitenhospitaal. Hier lijkt het ontspannen, terwijl men wacht op de patiënten die straks binnenkomen.

Ook het UMC Utrecht speelt volop mee, met onder meer zorg, laboratorium, psychosociale dienst, crisisorganisatie, facilitair bedrijf en communicatie. De crisisorganisatie van het ziekenhuis denkt daarbij ook na over de reguliere zorg die het moet afschalen. Mirjam de Jong, traumachirurg in het UMC Utrecht, leidt de oefening. “Grote rampen komen gelukkig weinig voor. Juist daarom moeten we blijven oefenen,” zegt ze. “Alleen door realistische scenario’s en intensieve samenwerking kunnen we ervoor zorgen dat slachtoffers ook in de meest complexe omstandigheden snel de juiste zorg krijgen.”

In het andere deel is het ondertussen hectisch. Patiënten krijgen de eerste noodzakelijke zorg, waarna ze door kunnen naar de afdelingen medium care of low care.

Sinds de opening in 1991 is het Calamiteitenhospitaal tientallen keren daadwerkelijk ingezet, onder meer na de tramaanslag in Utrecht in 2019 en het treinongeval in Voorschoten in 2023. Het ving ook Nederlandse militairen en slachtoffers uit het buitenland op, en patiënten met hoog risico infectieziekten zoals ebola en lassakoorts. Tijdens de coronapandemie leverde het extra capaciteit op de intensive care.

Civiel en militair in één zorgketen

De samenwerking tussen beide werelden gaat verder dan het hospitaal. In reguliere werktijd wisselen het UMC Utrecht en het CMH kennis uit, en specialisten van het UMC werken zo mogelijk ook deels bij het CMH en andersom. Kolonel Rik Bergman, commandant van het CMH, ziet die samenwerking in Utrecht in haar meest concrete vorm. “Dat we hier de beste mensen van beide bloedgroepen al 35 jaar samen laten werken mogen we trots op zijn,” zegt hij.

Voor Defensie heeft de oefening een extra lading. Bij een conflict richt de krijgsmacht zich in de eerste plaats op Hoofdtaak 1, het beschermen van Nederland en het bondgenootschappelijk grondgebied. Civiele organisaties moeten dan zelfstandig kunnen opschalen en Defensie ondersteunen waar dat kan.

Natuurlijk is er taart voor 35 jaar Calamiteitenhospitaal, terwijl de laatste slachtoffers per ambulance binnenkomen.