Openbare schuilkelders in Amersfoort
Wie vandaag door de historische binnenstad van Amersfoort wandelt, ziet winkels, terrasjes en monumenten. Maar op nog een paar plaatsen ligt er een heel andere wereld: die van de openbare schuilplaatsen. Achter dikke muren vinden we restanten van de Koude Oorlog. Een tijd waarin de dreiging van een atoomoorlog leefde en er schuilplaatsen voor de burgers van de stad gebouwd zijn.
Koude Oorlog en de Civiele Bescherming
Tijdens de Koude Oorlog stonden het Westen (NAVO) en het Oosten (Warschaupact) tegenover elkaar. Het Westen vreesde een Derde Wereldoorlog door een aanval vanuit Rusland, de toenmalige Sovjet-Unie. Het Nederlandse leger was groot en de mogelijkheden bij oorlog nog veel groter, bijvoorbeeld door afgezwaaide dienstplichtigen in te zetten met materieel vanuit de MOB-complexen.

Maar ook de burgers van Nederland moesten bij een oorlog beschermd worden. In Nederland richtte de overheid daarom in 1952 de Bescherming Bevolking (BB) op. In 1956 volgde het militaire Korps Mobiele Colonnes. Deze organisaties moesten burgers voorbereiden op rampen en een mogelijke oorlog en helpen als het echt mis zou gaan. Civiele Bescherming heette het. Om Nederland te kunnen beschermen verschenen overal bunkers en versterkte schuilplaatsen. Enerzijds om de overheid een plek te geven voor commandovoering en noodbestuur, anderzijds om de burgers een veilige plek te geven om bij een kleine nucleaire aanval te kunnen schuilen.
Schuilen om te overleven
Schuilen hoefde volgens de inzichten uit die tijd maar vijf tot zeven dagen. Daarna zou de radioactiviteit zover gedaald zijn dat het buiten weer veilig genoeg was. Tussen eind jaren vijftig en begin jaren tachtig werden er volop locaties gebouwd. Om na de Koude Oorlog eind jaren tachtig deze in een enorm tempo weer af te stoten of te slopen. In 1986 viel het doek voor de BB en in 1992 voor het Korps Mobiele Colonnes. Het vredesdividend werd geïnd en in de opvolgende decennia werd de krijgsmacht sterk ingekrompen.

De schuilplaatsen waren ook bekend onder de naam openbare of publieke schuilplaatsen, met als populaire term schuilkelder. Nederlanders moesten thuis schuilen, in een zelfgemaakte schuilplaats, of op het werk, in de schuilplaats van de baas. De overheid ging ervan uit dat bij een aanval de meeste burgers op werk of thuis zouden zijn, slechts 1 procent zou onderweg zijn. De openbare schuilplaatsen die er wel waren, met een capaciteit van nog geen half miljoen, waren voor die mensen.
Het was niet haalbaar om schuilplaatsen te maken voor de gehele bevolking. De schuilplaatsen waren, achteraf bezien, vooral bedoeld om de bevolking gerust te stellen en om tegenover de vijand uit te stralen dat Nederland goed was voorbereid. In de periode voor de Koude Oorlog waren er vooral bunkers voor het bestuur van het land, de regering maar ook gemeentes. Deze civiele bunkers mag je trouwens niet verwarren met de militaire bunkers zoals de commandobunker in Gouda.
De dreiging vanaf Soesterberg
In 1969 ging men daadwerkelijk uit van een kernaanval op Nederland. De mogelijke doelen zijn officieel in kaart gebracht in de Militaire Onderstelling 1969. Uiteraard stond de vliegbasis Soesterberg op de lijst. Het was een belangrijke Nederlandse luchtmachtbasis en de thuisbasis van het Amerikaanse 32 Tactical Fighter Squadron. Een explosie van een klein kernwapen op de vliegbasis Soesterberg zou Amersfoort, zeker bij zuidwestenwind, fors treffen.
Mogelijke nucleaire doelen 19692
Effecten 100 kiloton kernwapen op vliegbasis Soesterberg3
Schuilen in Amersfoort
In Amersfoort zijn ook openbare schuilkelders gebouwd. De gemeente Amersfoort koos hierbij voor een unieke aanpak. Waar het landelijke beleid zich alleen richtte op toevallige passanten, wilde Amersfoort ook haar eigen inwoners een plek bieden. De stad ontwierp een ‘driehoek’ van drie grote bunkers rond het centrum: de Beestenmarkt, de Groningerstraat en het Prinses Julianaplein. Daarnaast was er een kleine schuilplaats onder de spoortunnel bij de Gaslaan (tunnel Stadsring).
Het was een doordacht plan van de gemeente waarmee burgers binnen 15 minuten in een schuilgelegenheid zouden kunnen zijn. In totaal creëerde de gemeente Amersfoort ruimte voor 10.350 mensen, op een bevolking die in 1985 met 88.000 mensen vele malen groter was.
In 1990 werd besloten alle schuilplaatsen te sluiten.

Kaart schuilgelegenheden en noodbestuurpost in Amersfoort4
Schuilkelder Gaslaan / tunnel Stadsring
De oudste schuilplaats in Amersfoort was de openbare schuilplaats bij de Gaslaan, in gebruik sinds 1957. Deze zogeheten dichtmetselschuilplaats had een capaciteit voor 400 personen.

De schuilruimte was gebouwd als onderdeel van de tunnel in de Gaslaan. De schuilruimte was de fietstunnel zelf die dan aan beide kanten werd afgesloten met een gemetselde muur. Er waren twee sluizen links en rechts achter de tunnelwand en de toegang tot de schuilplaats was via deze sluizen.
De schuilplaats was verder voorzien van stalen gasdeuren, zandfilters en luchtbehandelingsapparatuur. Er waren vier verblijfsruimten, elk voor 100 personen, gescheiden door bakstenen muren met stalen deuren. Alle bouwmaterialen lagen klaar in de sluisingangen.
De installatie werd aangepast omstreeks 1966 met het aanbrengen van zandfilters, waarna omstreeks 1975 deze zandfilters uit 1966 werden vervangen. De schuilplaats is later ontmanteld. Tegenwoordig zijn niet alle deuren en roosters meer zichtbaar in de wand van de fietstunnel.
Aan de zijde van de binnenstad is de ingang van de toegangssluis nog te herkennen bij de busbaan. Deze lijkt nu te hoog maar deze zit op de hoogte van het vroegere fietspad. De contouren van de trap van het Smallepad naar de tunnel zijn nog in de muur te zien.
Aan de kant van de rotonde Eemplein kan je nog de binnendeur van de sluis zien.
Schuilkelder Prinses Julianaplein
Met 4.150 plekken was de locatie bij het Prinses Julianaplein de grootste van de stad. De schuilkelder werd gebouwd in 1981 of 1982 als combinatieproject in parkeergarage Julianaplein. Toegang was via twee garagedeuren aan de Arnhemseweg.
Begin jaren negentig liet een vastgoedbeheerder van de gemeente de kelder leeghalen en ontmantelen (slopen)6. Hij vertelde daarover: “Ik heb een sloopbedrijf de opdracht gegeven om de kelder te ontmantelen. De meeste apparatuur is eruit gehaald. Er is nog wel een waterpomp op tachtig meter diepte. Het was te veel moeite om die weg te halen. En de stalen deur is er natuurlijk ook nog steeds.”
Schuilkelder Groningerstraat
De schuilkelder in de Groningerstraat werd gebouwd in 1987 als combinatieproject in parkeergarage Groningerstraat. Deze openbare schuilplaats had een capaciteit voor 2750 personen. De schuilplaats is gesloopt en vervangen door nieuwbouw (met onder andere de supermarkt Dirk van de Broek).
Schuilkelder Achter de Kamp (Beestenmarkt)
De schuilplaats Achter de Kamp werd gebouwd in 1983 en wordt vaak verward met de parkeergarage Beestenmarkt iets verderop. Daarom wordt de locatie soms ook Beestenmarkt genoemd.
De schuilplaats is tegenwoordig een gewone parkeergarage van een appartementencomplex. De oorspronkelijke bestemming is nog goed herkenbaar. Grote massieve deuren kunnen de ingang luchtdicht afsluiten. De ruimte biedt plaats aan zo’n 3.000 mensen.
De locatie is relatief goed behouden en een aantal zaken uit de actieve tijd zijn nog te zien. Er zijn meer sporen uit het verleden, zoals de rijen hurktoiletten achterin de garage en de ruimte voor het noodaggregaat.


1 Verblijfsruimte, 2 Druksluis, 3 Hoofdtoegangsdeur, 4 Reinwaterkelder, 5 Noodstroomaggregaat, 6 Bronput, 7 Olietank 5000 liter, 8 Koolfilterruimte, 9 Circulatieventilatorruimte, 10 Koelerblok, 11 Inblaaskanaal met demontabele opzetkokers, 12 Recirculatiekanaal, 13 Gasbeveiligde luchtaanzuiging, 14 Niet-gasbeveiligde luchtaanzuiging, 15 Expansieruimte, 16 Toiletruimte I, 17 Toiletruimte II (demontabel in vredessituatie), 18 Pompkamer, 19 Zandfilter, 20 Fecaliënkelder, 21 Overstortput fecaliën, 22 Overstortput koelwater, 23 Ontluchting fecaliënkelder, 24 Wateruitgifte, 25 Wasgoot
Bezoek
In het kader van Amersfoort Garnizoensstad kreeg een kleine groep de kans om de schuilkelder te bezoeken. Kunstenaar, Koude-Oorlog-onderzoeker en cultuurhistoricus Kees van Leeuwen vertelde over de Koude Oorlog, de schuilgelegenheden en de objecten op de relatief goed behouden locatie.
Kees: “De schuilplaatsen zijn bedoeld om de effecten van een atoombom te overleven. Ze kunnen niet de directe effecten van een bom overleven maar wel hebben ze allemaal voorzieningen om minimaal twee weken van de buitenwereld afgesloten te zijn. Voor burgers die overigens wel hun eigen voedsel mee moesten brengen.”
Via de hellingbaan kom je in de kelder. Een massieve deur kan de ruimte gasdicht afsluiten.
Het voorste deel is bedoeld als schuilruimte, achterin vinden we de technische ruimtes.
Meest in het oog springend, zijn de hurktoiletten. Nu zijn er alleen de 32 hurkposities te zien, in het echt zouden er tussen ieder toilet wandjes worden geplaatst. Gemiddeld één hurktoilet per 90 mensen…
De douche bij de toegangssluis is goed bewaard gebleven.
Eenmaal weer buiten neemt Kees van Leeuwen ons nog even mee naar de Kamp. Voor de deur bij nummer 35 liggen er nog twee stalen putdeksels. Dit waren de aansluitingen van de bronput, een gasbeveiligdie en niet-gasbeveiligde luchtaansluiting en een overstortput fecaliën.
De noodbestuurspost
Een van de meest bijzondere plekken bevindt zich, ook nu nog, direct onder het stadhuis: de noodbestuurspost. In deze bunker moesten de burgemeester en achttien ambtenaren schuilen om het bestuur van de stad voort te zetten tijdens een crisis, een oorlog of een ramp.

Kees van Leeuwen vertelt: “Het probleem was dat bij het ontwerp de commandozaal te klein was en dat het daardoor te luidruchtig was voor alle telefoongesprekken. De oplossing daarvoor was het gebruik van telefoonkappen om het geluid te dempen. Maar hierdoor zou men geen zicht meer hebben op de grote kaart aan de muur, waar de huidige situatie van de stad was weergegeven. Daarom werden er speciale plexiglazen kappen gemaakt om er doorheen te kunnen kijken, maar wel het geluid te dempen.”
“De noodbestuurspost deed ook dienst als Streek-Verbindingscentrum. De PTT had het verzoek om bij de maandelijkse oefening van de civiele verdediging een ambtenaar aanwezig te laten zijn om de communicatieapparatuur te bedienen. De gemeente zag het niet zitten om daar elke maand een dag zijn communicatie staf voor vrij te maken, maar de PTT meldde dat het maar één persoon hoefde te zijn. De ambtenaren vonden het erg zielig om één persoon elke maand daar te laten zitten. Dus besloot de gehele communicatie staf uiteindelijk toch om elke maand mee te doen aan de oefening. En het communicatiecentrum dus volledig te bemannen.”
Momenteel is het nieuwe stadhuis van Amersfoort volop in aanbouw. De gemeente weet nog niet wat er met het oude stadhuis gaat gebeuren, en dus niet wat de toekomst is van de vroegere noodbestuurspost.
Bezoek
Kees van Leeuwen liet ook de Amersfoortse noodbestuurspost zien. Diep verscholen in de kelder vinden we er nu het kantoor en magazijn van het bedrijf dat het facilitair onderhoud doet op het gemeentehuis.
Behalve met de deuren en ventilatie herinnert niets meer aan het vorige gebruik.
Blijven herinneren
Het is jammer dat veel schuilgelegenheden gesloopt zijn. Net als bij de mobilisatiecomplexen was er weinig besef voor het bewaren van het meest recente erfgoed.
De visie van Kees van Leeuwen delen we van ganser harte: “Dit is een periode van onze geschiedenis waarbij wij voor de eerste keer in de geschiedenis van de mensheid de mogelijkheid hebben gecreëerd om onszelf te vernietigen. Zoals bij elke nieuwe technologie proberen we ons te beschermen voor de gevolgen. In dit geval door de bouw van schuilplaatsen zich ook realiserend dat we ons tegen dit nieuwe wapen niet kunnen beschermen. De schuilplaatsen zijn nu bijzondere symbolen van het risico en de angst voor de totale vernietiging.”

Het is belangrijk ons te blijven herinneren. Ook in deze tijd dat de dreiging voor een oorlog weer toeneemt. Schuilplaatsen voor de bevolking zijn er in ieder geval niet meer en komen er niet meer. Maar een noodpakket kan je natuurlijk thuis altijd verzorgen.
Meer informatie
Over de civiele bescherming tussen de jaren vijftig en tachtig is veel gepubliceerd. Het gaat te ver om hier binnen de kaders van dit artikel aandacht aan te geven. Geïnteresseerden kunnen voor meer informatie terecht bij onder andere:
- Utrecht en de Koude oorlog, Oud Utrecht juni 2013
- Een enigszins redelijke bescherming van de bevolking…, Militaire Spectator februari 2025
- Civiele verdediging in het tijdperk van de wederopbouw, RCE 2007
- Nota Civiele Verdediging, Min. Binnenlandse zaken 1972 en 1984
- GIS-kaart Koude Oorlog – Stichting Menno van Coehoorn
- Bron: Toelichting Wenken voor bescherming van uw gezin en uzelf, BB, 1961 ↩︎
- Bron: NIMH ↩︎
- Bron: Nukemap ↩︎
- Kaart-achtergrond: Topotijdreis (situatie 1985) ↩︎
- Foto: Kees van Leeuwen ↩︎
- Bron: Schuilen voor de atoombom | Amersfoort | AD.nl ↩︎
- Foto: Kees van Leeuwen ↩︎
Laatste aanpassing: 26 juni 2026
HELP MEE! Met het onderzoek naar de de complexen uit de Koude Oorlog zoek ik soms een speld in een hooiberg. Die informatie is summier en kan zelfs (ondanks alle zorgvuldigheid) onjuist zijn. Dus: heb je informatie over een complex? Omdat je er bijvoorbeeld vroeger gewerkt hebt? Omdat je er in je diensttijd geplaatst was? Of omdat je het graag wilt delen? Stuur je informatie dan alsjeblieft naar [email protected]. Dank je wel.
