Defensienota 2026: samen voorwaarts
Van drones en kunstmatige intelligentie tot extra F-35’s, fregatten en luchtverdediging. Op het eerste gezicht lijkt de Defensienota 2026 vooral een overzicht van miljardeninvesteringen in de krijgsmacht. Wie verder leest, ontdekt echter een veel grotere verandering. Volgens Defensie draait de nieuwe koers niet in de eerste plaats om méér materieel, maar om een andere manier van denken, samenwerken en oorlog voeren. “We bouwen niet simpelweg méér krijgsmacht”, zei minister Dilan Yeşilgöz tijdens de presentatie op Vliegbasis Gilze-Rijen. “We bouwen een ándere krijgsmacht.”

Dat die verandering nodig is, daarover laat de Defensienota weinig twijfel bestaan. De Russische oorlog tegen Oekraïne heeft Europa definitief wakker geschud. Grootschalige oorlog is geen theoretisch scenario meer, maar een realistische dreiging waarmee ook Nederland rekening moet houden. Tegelijkertijd spelen conflicten zich allang niet meer alleen af op het land, op zee of in de lucht. Cyberaanvallen, sabotage, spionage en desinformatie maken inmiddels dagelijks deel uit van het veiligheidsbeeld.
Volgens Defensie vraagt dat om een krijgsmacht die sneller leert dan een tegenstander, zich voortdurend kan aanpassen en langdurig kan blijven vechten. De nota verwoordt dat als: de motor wordt versterkt terwijl hij blijft draaien. De krijgsmacht moet vandaag inzetbaar zijn én tegelijkertijd worden voorbereid op de oorlog van morgen.
Niet langer denken in wapensystemen
Waar eerdere Defensienota’s vaak werden beoordeeld op het aantal tanks, schepen of gevechtsvliegtuigen dat werd aangeschaft, kiest Defensie nu voor een andere benadering. Niet het materieel staat centraal, maar het militaire effect dat ermee moet worden bereikt.
Die omslag klinkt abstract, maar heeft grote gevolgen. De vraag is niet langer welk platform het meest geavanceerd is, maar welke combinatie van mensen, informatie en technologie het snelst leidt tot operationeel succes.
Daarmee verschuift de aandacht van afzonderlijke wapensystemen naar het totale gevechtsvermogen. Sensoren, data, software, drones, kunstmatige intelligentie en traditionele wapens moeten als één samenhangend systeem functioneren. De krijgsmacht van morgen is volgens Defensie niet alleen zwaar bewapend, maar vooral slim georganiseerd.
Commandant der Strijdkrachten generaal Onno Eichelsheim omschreef die ontwikkeling als een voortdurende race tegen de klok. “De tijd tussen waarnemen, begrijpen, beslissen en handelen bepaalt ons succes.” Juist daarom investeert Defensie niet alleen in nieuwe middelen, maar ook in een digitaal fundament dat informatie sneller omzet in militaire slagkracht.
Oekraïne verandert het denken
Vrijwel ieder hoofdstuk van de Defensienota verwijst terug naar de lessen uit Oekraïne. Niet omdat Nederland hetzelfde conflict verwacht, maar omdat daar zichtbaar wordt hoe snel oorlogvoering verandert.
Waar jarenlang werd gedacht dat hoogwaardige technologie alleen doorslaggevend was, laat Oekraïne zien dat ook massa ertoe doet. Goedkope drones blijken in staat om peperdure systemen uit te schakelen. Innovaties volgen elkaar niet meer in jaren op, maar soms binnen enkele weken. Bedrijven ontwikkelen nieuwe toepassingen dicht bij het front en militairen passen die vrijwel direct toe.
Die snelheid dwingt ook Nederland tot een andere aanpak.
“We bouwen een krijgsmacht waarin mensen, technologie en data naadloos samenwerken,” zei minister Yeşilgöz tijdens de presentatie. “Niet de grootste krijgsmacht wint, maar de krijgsmacht die zich het snelst kan aanpassen.”
Dat betekent niet dat traditionele wapens hun waarde verliezen. Integendeel. Defensie blijft investeren in onder meer fregatten, gevechtshelikopters, F-35’s, luchtverdediging en gemechaniseerde brigades. Maar die systemen moeten onderdeel worden van een veel groter netwerk waarin informatie net zo belangrijk is als vuurkracht.
Van platformen naar gevechtskracht
Een van de meest opvallende keuzes in de Defensienota is de nadruk op gevechtskracht in plaats van efficiëntie. Jarenlang lag de focus op een organisatie die in vredestijd zo doelmatig mogelijk functioneerde. Volgens Defensie vraagt de huidige veiligheidssituatie om een andere balans.
Belangrijker is of een eenheid langdurig kan blijven opereren. Is er voldoende munitie? Kunnen voertuigen worden onderhouden? Zijn reserveonderdelen beschikbaar? Kan een medische keten grote aantallen gewonden verwerken? En lukt het om logistieke aanvoerlijnen in stand te houden wanneer een conflict maanden of zelfs jaren duurt?
Dat zogenoemde voortzettingsvermogen loopt als een rode draad door de nota. Defensie wil niet alleen een eerste klap kunnen uitdelen, maar ook een tweede en een derde. Dat vraagt om grotere voorraden, robuustere logistiek en een industrie die in staat is om de productie tijdens een conflict snel op te schalen.
De drone is niet het doel
Misschien wel het meest zichtbare symbool van de nieuwe koers is de opkomst van onbemande systemen. Tijdens de presentatie reed de Defensienota letterlijk binnen op een onbemand rupsvoertuig – een veelzeggend beeld voor de richting die Defensie inslaat.
Toch waarschuwt de krijgsmacht ervoor om drones als wondermiddel te zien. Ze vormen slechts één onderdeel van een veel bredere ontwikkeling waarin bemande en onbemande systemen steeds intensiever samenwerken.
De ambitie is groot. Over vijf jaar moet meer dan de helft van de operationele effecten worden bereikt met onbemande systemen. Dat varieert van verkenningsdrones en autonome vaartuigen tot systemen die vijandelijke drones kunnen uitschakelen.
Maar zoals generaal Eichelsheim benadrukte: uiteindelijk draait het niet om technologie alleen. “Technologie en digitalisering vergroten de snelheid en slagkracht van onze mensen. De mens blijft onmisbaar.”
Die combinatie van militair vakmanschap, moderne technologie en voortdurende innovatie vormt de kern van de krijgsmacht die Defensie de komende jaren wil bouwen.
Een krijgsmacht die alle domeinen met elkaar verbindt
De grootste verandering zit niet alleen in nieuwe wapensystemen, maar vooral in de manier waarop de krijgsmacht gaat optreden. Defensie kiest nadrukkelijk voor multidomeinoptreden: operaties waarbij land-, lucht-, zee-, cyber- en ruimtedomeinen voortdurend met elkaar zijn verbonden.
Waar vroeger afzonderlijke eenheden vaak relatief zelfstandig opereerden, moeten informatie en besluitvorming nu vrijwel direct door de hele organisatie kunnen stromen. Gegevens van een satelliet, een MQ-9 Reaper, een radar, een marineschip of een verkenningsdrone moeten binnen enkele seconden beschikbaar zijn voor de commandant die een beslissing neemt.
Die informatiestroom bepaalt volgens Defensie steeds vaker het verschil tussen succes en falen. Niet degene met de meeste wapens wint, maar degene die sneller waarneemt, analyseert en handelt.
Daarom investeert Defensie fors in digitale infrastructuur, kunstmatige intelligentie en veilige communicatienetwerken. Tegelijkertijd wordt ook de afhankelijkheid van commerciële systemen kleiner. Zo krijgt Nederland een eigen Space Command en wordt geïnvesteerd in nationale satellietcapaciteit om informatievoorziening ook tijdens een conflict veilig te stellen.
Samenwerking als nieuwe gevechtskracht
Opvallend in zowel de Defensienota als de toespraken is dat Defensie steeds minder spreekt over zichzelf als een op zichzelf staande organisatie. Veiligheid wordt nadrukkelijk gepresenteerd als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheid, bedrijfsleven, kennisinstellingen én samenleving.
Volgens staatssecretaris Derk Boswijk is die samenwerking misschien wel de grootste innovatie. De traditionele verhouding tussen opdrachtgever en leverancier maakt plaats voor langdurige partnerschappen waarin Defensie, bedrijven en onderzoekers samen nieuwe technologie ontwikkelen en direct toepassen.
Dat gebeurt niet alleen om sneller materieel te produceren, maar vooral om innovaties veel eerder beschikbaar te krijgen voor de militair in het veld. Oekraïne laat volgens Boswijk zien dat succesvolle innovaties ontstaan wanneer ontwikkelaars letterlijk naast de gebruiker staan. Die manier van werken wil Nederland zoveel mogelijk overnemen.
Daarom wordt de komende jaren fors geïnvesteerd in innovatieprogramma’s, onderzoeksprojecten en de Nederlandse defensie-industrie. De op te richten Defensie Innovatie Opschalingsautoriteit moet ervoor zorgen dat veelbelovende ideeën sneller uitgroeien tot operationele capaciteit.
Mensen blijven het verschil maken
Ondanks alle aandacht voor drones, software en kunstmatige intelligentie blijft één boodschap steeds terugkomen: de mens staat centraal.
Dat geldt niet alleen voor de militairen die het werk uitvoeren, maar ook voor de duizenden burgers die Defensie ondersteunen. De krijgsmacht groeit de komende jaren door naar meer dan 100.000 medewerkers. Daarvoor zijn niet alleen infanteristen of vliegers nodig, maar ook cyberexperts, technici, datawetenschappers, logistiek specialisten en reservisten.
Boswijk benadrukte tijdens zijn toespraak dat Defensie juist mensen zoekt die zichzelf misschien niet direct in uniform zien. De oorlog van vandaag wordt immers niet alleen uitgevochten met fysieke kracht, maar ook met kennis, technologie en het vermogen om sneller te leren dan een tegenstander.
Die groei vraagt tegelijkertijd om een organisatie die aantrekkelijk blijft als werkgever. Meer aandacht voor loopbaanontwikkeling, het thuisfront en de balans tussen werk en privé moeten ervoor zorgen dat medewerkers niet alleen instromen, maar ook behouden blijven.
Meer zichtbaar in de samenleving
De groei van Defensie zal de komende jaren ook buiten de kazernes merkbaar worden. Er komen meer oefeningen, meer militaire transporten en extra ruimte voor opslag, infrastructuur en oefenterreinen. Dat vraagt soms veel van omwonenden en lokale overheden.
Volgens Boswijk mag dat echter geen eenrichtingsverkeer zijn. Defensie wil nadrukkelijk midden in de samenleving staan, als werkgever, opleider en partner. Nieuwe kazernes en eenheden moeten niet alleen militaire locaties zijn, maar ook bijdragen aan regionale werkgelegenheid, innovatie en samenwerking.
Die gedachte sluit aan bij de titel van de Defensienota: Samen Voorwaarts. Niet alleen de krijgsmacht moet weerbaarder worden, maar ook Nederland als geheel. Een samenleving die blijft functioneren onder druk, ontneemt een tegenstander immers een belangrijk middel om ontwrichting te veroorzaken.
Voorbereiden op morgen
De Defensienota 2026 bevat tientallen investeringsbesluiten, nieuwe projecten en organisatorische veranderingen. Toch blijft vooral de achterliggende visie hangen.
Waar eerdere nota’s vooral gingen over herstel na jaren van bezuinigingen, kiest Defensie nu voor een fundamentele koerswijziging. De krijgsmacht moet zich niet alleen uitbreiden, maar zich vooral voortdurend kunnen aanpassen aan een wereld waarin technologie, geopolitiek en dreigingen sneller veranderen dan ooit.
Daarmee verschuift de aandacht van afzonderlijke wapensystemen naar militair vermogen: de combinatie van mensen, materieel, informatie, logistiek, innovatie en uithoudingsvermogen. Alleen wanneer al die onderdelen in balans zijn, kan de krijgsmacht geloofwaardig afschrikken en, als het nodig is, langdurig optreden.
Tijdens de presentatie vatte minister Yeşilgöz de ambitie kernachtig samen: Nederland bouwt niet simpelweg méér krijgsmacht, maar een ándere krijgsmacht. Een krijgsmacht waarin militairen, technologie, industrie en samenleving samen optrekken om Nederland en zijn bondgenoten veilig te houden.
Niet de aanschaf van extra drones, fregatten of gevechtsvliegtuigen is de grootste verandering, maar het besef dat veiligheid in de 21e eeuw vraagt om een krijgsmacht die sneller leert, slimmer samenwerkt en zich voortdurend weet aan te passen.
De Defensienota in beeld
De ambities uit de Defensienota krijgen de komende jaren stap voor stap vorm. Een deel van het materieel is al operationeel, andere systemen worden nog ontwikkeld of aangeschaft. De onderstaande foto’s geven een indruk van de bemande en onbemande systemen die een belangrijke rol gaan spelen binnen de krijgsmacht van morgen. En natuurlijk met de mens centraal.
