Martin BosNieuws van Defensie en industrie

De Landmacht schaalt op in een strijd met drones

Stel je voor: je staat in een loopgraaf. Urenlang. Je hoort bijna niets. Behalve één geluid: een hoog, indringend gezoem. Het geluid van drones. En dat gezoem betekent één ding: je bent gezien en wordt aangevallen. Oekraïense soldaten omschrijven het als het gevoel continu gejaagd te worden. Zelfs achter het front verdwijnt die angst niet. Een grasmaaier, het zoemen van insecten: het brengt hen meteen terug naar de loopgraaf.

Met dit beeld opende luitenant-generaal Jan Swillens, commandant Landstrijdkrachten, zijn toespraak op de Dronedag van de Koninklijke Landmacht. Op 1 april 2026 werden op de Generaal-majoor De Ruyter van Steveninckkazerne in Oirschot officieel de eerste drone- en counterdrone-eenheden (UAS en C-UAS-eenheden) opgericht bij de gevechtseenheden van de landmacht.

De drone als bepalend wapen

De urgentie is groot. Aan het begin van de oorlog in Oekraïne veroorzaakten artilleriegranaten het merendeel van de verliezen aan het front. Die verhouding is volledig veranderd: de drones zijn nu verantwoordelijk voor 70 tot 80 procent van de doden en gewonden. Vergelijkbare ontwikkelingen spelen in het Midden-Oosten, waar Iraanse Shahed-drones woonwijken en de energie-infrastructuur treffen.

Het front veranderde in een zogenoemde death zone, een strook van tientallen kilometers diep waar niemand zich bovengronds begeeft. Wie dat toch doet, is in levensgevaar.

Daarbij evolueert de technologie razendsnel. Waar drones aanvankelijk via radiofrequenties werden bestuurd, brengen stoorzenders dat al snel in gevaar. Als reactie ontstond de fiber optic drone: een onbemand toestel dat via een glasvezelkabel wordt aangestuurd met draden van soms meer dan 20 kilometer lang. En niet te verstoren via het elektromagnetisch spectrum (EMS). Ruim een jaar geleden was dit type nog een uitzondering op het slagveld. Nu is één op de drie ingezette drones van dit type. In Oekraïne lopen soldaten soms letterlijk door een spinnenweb van glasvezelkabels.

Innoveren in drie weken

In de ideale wereld analyseer je de situatie, pas je de doctrine aan en koop je materieel. De realiteit van het moderne slagveld is anders. In Oekraïne doorloopt men de volledige cyclus (van begrijpen via doctrine en productie naar inzet) in ongeveer drie weken. Wat vorige week nog nieuw was, kan vandaag al achterhaald zijn. Aanpassingen moeten binnen zes weken worden doorgevoerd. Anders ben je te laat (dood).

Die snelheid vraagt om een andere aanpak. De Koninklijke Landmacht richt zich daarom niet alleen op het aanschaffen van drones, maar op het opbouwen van een volledig nieuw ecosysteem: verkenningsdrones, aanvalsdrones en counterdrone-middelen. Aangevuld met capaciteiten op het gebied van Cyber en Elektromagnetische Activiteiten (door het CEMA-bataljon). En in combinatie met wapens zoals het Mossberg hagelgeweer of het machinegeweer op de voertuigen.

En tegelijkertijd verandert de logistiek. Reparaties worden relatief dichtbij het inzetgebied uitgevoerd. Alles om zo min mogelijk tijd kwijt te zijn en de volledige inzetbaarheid te houden.

Elke gevechtseenheid eigen dronespecialisten

De oprichting van de UAS- en C-UAS-eenheden op deze Dronedag is een begin, geen eindpunt. Commandant der Strijdkrachten generaal Onno Eichelsheim vergeleek de Dronedag met een eerste steenlegging.

De invoering bij de gevechtseenheden ligt in handen van de Task Force Drones, onder leiding van brigadegeneraal Joland Dubbeldam. Hij is er duidelijk over: “We gaan als militairen uit van worst case planning. Dat betekent dat we er over twee jaar klaar voor moeten zijn”.

Generaal Swillens signaleerde in zijn toespraak: de landmacht wil vooroplopen, maar heeft nog lang niet de capaciteit om op de schaal te opereren die uiteindelijk nodig is. Wel is de koers bepaald. Elke gevechtseenheid krijgt straks eigen dronespecialisten. Elke militair begrijpt straks wat het betekent om met én tegen drones te vechten.

Bijzonder appèl met toespraak luitenant-generaal Jan Swillens

Een symbolische overhandiging van een drone bij het accepteren van de opdracht

Defensie zoekt daarvoor honderden nieuwe specialisten: dronepiloten, technici en ontwikkelaars. Een dronegroep binnen een eenheid bestaat uit acht militairen: klein genoeg om wendbaar te zijn, groot genoeg om dag en nacht operationeel te blijven. De opleiding is concreet: in de loopgraven op de kazerne in Oirschot oefenen militairen zo realistisch mogelijk, met rook, geluid, obstakels en drones.

De gouden driehoek

Naast het bijzonder appèl vond een vaktentoonstelling plaats, met bijdragen van onder meer het NLR (Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum), TNO en de bekende bedrijven in het drone-ecosysteem. Generaal Swillens sprak in zijn toespraak bewust deze partijen aan. De landmacht kan dit niet alleen. In Oekraïne voeren militairen de strijd aan het front, maar achter de linies wordt diezelfde strijd gevoerd door ingenieurs en programmeurs, door specialisten en ondernemers.

Ondertekening intentieverklaring Taskforce, COMMIT en de industrie

Die samenwerking tussen krijgsmacht, industrie en kennisinstellingen noemt generaal Swillens de gouden driehoek. Want wat vandaag wordt ontwikkeld, moet morgen nog steeds relevant zijn. Dat vraagt om innovatie, om snelheid en om partners die meedenken en meebewegen. Defensie heeft de kennis van buiten hard nodig als het ooit tot een daadwerkelijk conflict komt.