JPOW 2025 versterkt de NAVO-luchtverdediging
Op het militaire oefenterrein in Vredepeel vindt op dit moment de grootste luchtverdedigingsoefening van Europa plaats: Joint Project Optic Windmill (JPOW). Vijftien NAVO-landen trainen hier om hun verdedigingscapaciteiten te versterken tegen moderne luchtbedreigingen. Dit jaar doen Hongarije, Finland en Zweden voor het eerst mee sinds hun toetreding tot de NAVO.
Ruim zevenhonderd militairen uit verschillende landen werken samen aan een complex luchtverdedigingsvraagstuk. Ze leren via hun computersystemen omgaan met alle luchtdreigingen die de moderne oorlogsvoering kenmerkt. Drones (van heel klein tot heel groot), kruisraketten, bemande vliegtuigen en ballistische raketten vormen een serieuze uitdaging. Alle aspecten van de gelaagde luchtverdediging komen tijdens de oefening aan bod. Op een zwaar beveiligd deel van de basis vinden we een bijzonder kamp met hekken, tenten en verplaatsbare kantoorruimtes. Een plek waar fotograferen ten strengste verboden is.
Geïntegreerde verdediging en samenwerking
Een belangrijk kenmerk van JPOW is de geïntegreerde aanpak van luchtverdediging. Toen de oefening in 1996 voor het eerst werd gehouden, bleek bijvoorbeeld de Patriot-luchtafweer van de verschillende landen niet te kunnen samenwerken. In de jaren daarna is dat sterk verbeterd. Samenwerking staat nu centraal. De NAVO-landen koppelen hun manier van werken en de systemen! Hierdoor kunnen grotere gebieden effectiever worden beschermd. Normaal zitten de NAVO-partners hiervoor door heel Europa verspreid. Deze weken wordt de nauwe samenwerking tussen verschillende NAVO-partners zichtbaar op de oude landingsbaan van het vliegveld De Peel. De oefenleider, brigadegeneraal Peter Gielen licht toe: “Door onze systemen zichtbaar en gereed te positioneren, dragen we bij aan afschrikking. Onze strategie richt zich op preventie: we bereiden ons voor op het ergste, zodat het ergste nooit plaatsvindt.”
Drones: een immense dreiging
Een opvallende focus in JPOW 2025 ligt op drone-bestrijding. De kleine, moeilijk detecteerbare toestellen zijn een steeds grotere bedreiging in moderne conflicten. Dat zien we duidelijk in de oorlog in Oekraïne. Een subproject binnen JPOW is daarom TIE25, de Technical Interoperability Exercise. In 2021 zagen we deze oefening voor het eerst (klik voor de reportage) met onder andere een zwerm van 300 drones.
De deelnemers testen geavanceerde verdedigingsstrategieën en in de praktijk verschillende soorten detectiesystemen. Een effectieve verdediging vraagt om snelle informatie-uitwisseling en nauwe samenwerking tussen verschillende eenheden.
Als oefen-drones dienen de commerciële exemplaren van DJI, een Matrice en een Avata. Het kenmerkende geluid hoor je al van verre.
Counter drone geweer
Drones kun je verstoren. Met de Skyfend / DP-Dynamic Hunter kan het radiosignaal van een drone tot op 3 kilometer afstand verstoord worden. De drone kan hierdoor geen stuuropdrachten meer krijgen en in het meest positieve geval stort de drone neer.
Verschillende anti-drone systemen in actie
Bij TIE25 worden verschillende soorten elektronische systemen in het project meegenomen. Een aantal stonden er in het veld opgesteld. Op de foto’s zie je verschillende soorten apparatuur die gebruikt worden. Het zijn achtereenvolgend:
- Rohde & Schwarz ADDx en HE600 antennes voor het bepalen van de richting van een radiosignaal;
- Echodyne EchoShield radar voor het opsporen tot 1000 drones tegelijk, van nano-drones tot 1 kilometer en grotere drones tot 10 kilometer afstand;
- Senhive SENPL drone detectie systeem dat drones vindt en volgt via de radiosignalen van het toestel;
- Squarehead Discovair akoestische waarneming, het systeem beluistert, vindt en volgt het geluid van de propellers;
- Axis Q62 optische waarneming voor een camera met 30x zoomlens en nachtzichtapparatuur.
De verschillende soorten systemen geven een indruk van de breedte van het vak in de strijd tegen drones. En dan hebben we het hier alleen nog maar over de opsporing.
Logistieke en technologische uitdagingen
De schaal van de oefening is indrukwekkend. Er staan nauwelijks wapens want de oefening loopt volledig digitaal. Er zijn meer dan 300 computers ingezet, ondersteund door 40 kilometer aan netwerkkabels en 12 kilometer stroomvoorziening. Daarnaast testen de deelnemers nieuwe wapensystemen, zoals het IRIS-T SLM luchtverdedigingssysteem en de interoperabiliteit tussen nationale raketafweersystemen. Het soort experimenten helpt om toekomstige dreigingen beter het hoofd te bieden.
Leren en verbeteren
Ondanks het succes van de oefening blijven er verbeterpunten. De enorme informatiestroom uit radar- en detectiesystemen vormt een uitdaging. Militairen leren in de oefening hoe ze kritische signalen kunnen identificeren om systeemoverbelasting te voorkomen. Brigadegeneraal Gielen merkt op: “In virtuele simulaties beschikken we over onbeperkte middelen. In de realiteit moeten we zorgen voor voldoende capaciteit en paraatheid.”
Conclusie: samenwerking als sleutel tot veiligheid
Joint Project Optic Windmill laat deze weken ook zien dat het meer is dan een militaire oefening. Het vormt een platform voor internationale samenwerking, technologische innovatie en gezamenlijke voorbereiding op toekomstige dreigingen. Door samen te werken, te innoveren en ons voor te bereiden, versterken we de veiligheid van Europa. Tegen een echte dreiging!
En natuurlijk doen we het ook met de volgende ‘echte’ systemen die voor deze oefening opgesteld stonden:
