Veteranen

In de Veteranenwet van 11 februari 2012 wordt de zorgplicht van de overheid voor de veteranen vastgesteld. De wet kent de volgende definitie:

veteraan: de militair, de gewezen militair, of de gewezen dienstplichtige, van de Nederlandse krijgsmacht, dan wel van het Koninklijk Nederlandsch Indisch Leger, alsmede degene die behoorde tot het vaarplichtig koopvaardijpersoneel, die het Koninkrijk der Nederlanden heeft gediend onder oorlogsomstandigheden dan wel heeft deelgenomen aan een missie ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde voor zover deze missie bij regeling van Onze Minister is aangewezen;

Sinds deze wet kunnen ook actief dienende militairen veteraan zijn.

Koningin Beatrix

Koningin Beatrix omschreef te Veteranenwet met de tekst: 

Wij in overweging hebben genomen dat veteranen het Koninkrijk der Nederlanden als militair hebben gediend onder oorlogsomstandigheden dan wel door deelname aan een missie ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde;

dat de erkenning door de Nederlandse samenleving van de verdiensten van veteranen en van de mogelijke gevolgen van de inzet als militair voor hun gezondheid, als ook de waardering die aan veteranen op grond van hun verdiensten toekomt, moeten worden bevorderd;

dat de bijzondere zorg die veteranen en hun relaties in verband met de inzet als militair nodig hebben, moet worden gewaarborgd;

Veteranenstatus

Direct na hun eerste uitzending krijgen militairen in actieve dienst de veteranenstatus toegekend. De status geeft recht op zowel de Veteranenpas als het draaginsigne veteranen (veteranenspeld).

Gelijkgesteld aan veteranen zijn:

  • Employés Speciale Diensten van de Veiligheidsdienst Mariniersbrigade;
  • Gewezen militairen die actief hebben deelgenomen aan de bevrijding van ons land, zich in Nederland hebben gevestigd en de Nederlandse nationaliteit hebben aangenomen;
  • Gewezen militairen met de Nederlandse nationaliteit die vóór 2 maart 1946 waren verbonden aan de Explosieven- en Mijnopruimdiensten van de krijgsmacht en actief betrokken waren bij het mijnenvrij maken van onder meer vliegvelden, havens en kuststroken in de naoorlogse periode;
  • Tolken die vóór 8 mei 1945 behoorden tot het Korps Tolken;
  • Verpleegsters met de Nederlandse nationaliteit, die vanuit Nederland als militair of door het Rode Kruis zijn uitgezonden naar voormalig Nederlands-Indië en zijn ingezet voor medische verzorging van de Nederlandse Strijdkrachten en het voormalig KNIL, en die na afloop van de diensttijd naar Nederland zijn teruggekeerd of vertrokken.

 

« Back to Glossary Index