Amfibische transportschepen (LPD)

De marine heeft twee amfibische transportschepen, Zr.Ms. Rotterdam (L800) en Zr.Ms. Johan de Witt (L801). De belangrijkste taak is het ondersteunen van amfibische operaties, op de grens van land en water.  De schepen kunnen zonder haven personeel en goederen aan land brengen. De schepen kunnen daarnaast dienst doen als varend commandocentrum voor het aansturen van grootschalige amfibische en maritieme operaties. Rond 2032 worden ze vervangen.

Zr. Ms. Rotterdam (L800)

Zr. Ms. Johan de Witt (L801)

 

Specificaties

 Zr. Ms. RotterdamZr. Ms. Johan de Witt
boegnummerL800L801
bemanningsleden  130146
passagiers604555
waterverplaatsing  12.750 ton15.500 ton
lengte 166 meter176 meter
breedte 27 meter29 meter
diepgang 6 meter 6 meter
voortstuwing 2 Stork Werkspoor diesels, totaal 21.000 pk4 x Stork Wärtsilä, totaal 19.800 pk, POD (Podded Propulsers)
snelheid 21 knopen19 knopen
bewapening tot 10 zware 12,7mm-mitrailleurs
2 x Goalkeeper 30mm-snelvuurkanon
tot 10 zware 12,7mm-mitrailleurs
2 x Goalkeeper 30mm-snelvuurkanon
sensoren radars voor oppervlaktedoelen en navigatie
radar-interceptiesysteem
chaff voor radarmisleiding
torpedomisleidingssysteem
radars voor oppervlaktedoelen en navigatie
radar-interceptiesysteem
chaff voor radarmisleiding
torpedomisleidingssysteem
helikopters 6 NH90-, Cougar- of Chinook-helikopters6 NH90-, Cougar- of Chinook-helikopters
landingsvaartuigen4 tot 54 tot 6

Eigenschappen

Geen haven nodig

De amfibische transportschepen heten ook Landing Platform Dock (LPD). Om zonder haven personeel en goederen aan land te brengen, kan de achterzijde van het schip tot 4 meter zakken. Zo stroomt water het inwendige dok binnen en kunnen de meegevoerde landingsvaartuigen van het LPD uitvaren. De Rotterdam kan 2 LCU– en 3 LCVP-landingsvaartuigen in zijn interne dok meevoeren. De Johan de Witt 2 LCU’s en 4 LCVP’s. 

De amfibische transportschepen zijn in staat een bataljon van 610 mariniers te transporteren en aan land te zetten (debarkeren), inclusief voorraden voor 10 dagen. LPD’s worden ook ingezet bij crisisbeheersingsoperaties, natuurrampen en evacuaties. Op het (helikopter)dek kunnen 2 helikopters tegelijk landen.

Zelfvoorzienend

Een LPD is zonder problemen een maand lang zelfvoorzienend. Dit betekent dat er voorraden voor een compleet mariniersbataljon en voor de bemanning aan boord zijn. Een ontziltingsinstallatie maakt drinkwater van zout zeewater.

LPD’s beschikken bovendien over operatietafels, intensive care bedden, behandelkamers en een noodhospitaal voor 100 patiënten.

Landingsvaartuigen aan boord

Elke LPD beschikt over 4 landingsvaartuigen van het type Landing Craft Vehicle and Personnel (LCVP) of van het type Landing Craft Utility (LCU). Daarnaast kan een LPD vrijwel elk type voertuig transporteren. Er is ruimte voor 32 tanks van het type Leopard 2-gevechtstank en Patriot-luchtafweerraketsystemen.

Bewapening en zelfbescherming

Amfibische transportschepen zijn niet uitgerust voor het voeren van het gevecht. De bewapening is beperkt tot middelen voor zelfbescherming. Ze hebben beide 2 Goalkeeper-luchtafweersystemen. Deze snelvuurkanonnen (4.200 schoten per minuut) beschermen het schip op de korte afstand tegen inkomende raketten. Ze kunnen beide tot 10 zware 12,7mm-machinegeweren. Hiervoor zijn 4 vaste, 4 reling- en 2 demontabele posities op het helikopterdek beschikbaar.

Ingescheepte mariniers met Stinger-raketten kunnen bijdragen aan de luchtbescherming, maar in principe wordt het schip in bijvoorbeeld een gevechtssituatie beschermd door LCF-of M-fregatten.

De LPD’s kunnen tot 36 torpedo’s meevoeren, als bewapening voor NH90-helikopters aan boord of als reserves voor escorterende fregatten. Eventueel kunnen met de helikopters aan boord onderzeeboten worden bestreden. Het schip heeft radar- en infraroodsystemen voor het detecteren van gevaar en misleidingsystemen voor inkomende torpedo’s en radar gestuurde raketten.

Bijzondere voortstuwing

LPD’s beschikken over een unieke diesel-elektrische voortstuwing: dieselgeneratoren wekken energie op voor elektromotoren die op hun beurt de scheepsschroeven aandrijven. Met deze voortstuwing kan een LPD met lage snelheid varen en tegelijkertijd landingsvaartuigen in- en ontschepen (debarkeren en embarkeren). De Schelde Groep in Vlissingen heeft de Rotterdam en Johan de Witt gebouwd.

Vervanging vanaf 2032

Defensie vervangt de 2 grote landingsschepen (LPD’s) en 4 Oceangoing Patrol Vessels (OPV’s) van de Holland-klasse voor 6 schepen van eenzelfde nieuwe klasse. Deze amfibische transportschepen zijn zowel geschikt voor inzet in oorlogsomstandigheden als voor modern amfibisch optreden. Ook kunnen de vaartuigen fungeren als bijvoorbeeld stationsschip. Het eerste nieuwe amfibische transportschip moet in 2032 instromen. Dat meldt staatssecretaris Christophe van der Maat op 6 maart 2024 aan de Tweede Kamer.

De zeemacht gebruikt de LPD’s (Zr.Ms. Rotterdam en Zr.Ms. Johan de Witt) voor amfibische operaties: het aan land brengen van eenheden van het Korps Mariniers. De OPV’s (schepen van de Holland-klasse) zijn vooral ontworpen voor taken laag in het geweldsspectrum. Zo worden ze onder meer ingezet om drugstransporten te onderscheppen in het Caribisch gebied. Hoewel die taken dus flink van elkaar verschillen, worden beide klassen binnen dit project gecombineerd. Ze groeien qua behoefte namelijk naar elkaar toe.

Zo vraagt de moderne amfibische doctrine om licht, snel en verspreid optreden, met een lichte logistieke ondersteuning. De nieuwe generatie schepen is dan ook kleiner van formaat dan de huidige LPD’s. Dit kan er bijvoorbeeld toe leiden dat er meerdere Amfibische Transportschepen tegelijk worden ingezet. De OPV’s zijn daarentegen nu niet ontworpen voor taken hoog in het geweldsspectrum. Vanwege de verslechterde internationale veiligheidssituatie heeft de marine behoefte aan schepen die wel geschikt zijn voor oorlogsomstandigheden.

Daarnaast bereiken beide scheepsklassen ongeveer tegelijk het eind van de levensduur. Door de klassen te combineren, krijgt de Koninklijke Marine meer flexibiliteit bij het aanwijzen van een of meerdere schepen voor een bepaalde missie. De keuze voor 1 scheepklasse in plaats van 2 vergroot de doelmatigheid. Ook zorgt het voor schaalvoordeel bij onder meer aanschaf, opleidingen en instandhouding.

Op de NAVO-top in juli 2026 maakten Nederland en het Verenigd Koninkrijk bekend gezamenlijk de nieuwe Amfibische Transport Schepen verwerven.