Martin BosOefeningen

Fighter Lion: logistiek in de Marnewaard

Bij oefening Fighter Lion gaat het niet alleen om gevechtsacties en manoeuvres. Achter de gevechtseenheden draait een complexe logistieke organisatie die het gevecht mogelijk maakt. In de Marnewaard bezocht DefensieFotografie het National Support Element-Land en de Logistic Support Area: de plek waar bevoorrading start en waar complexere reparaties worden uitgevoerd. Het is het werkgebied van het Operationeel Ondersteuningscommando Land (OOCL).

Fighter Lion en het belang van logistiek

Ongeveer 7.000 militairen nemen deel aan Fighter Lion, de grootste oefening van de Koninklijke Landmacht in meer dan twintig jaar, gericht op voorbereiding op een mogelijk conflict in Europa.

Twee gevechtsbrigades oefenen in Duitsland. Ze verbruiken munitie en brandstof, hun materieel gaat stuk en gewonden moeten worden afgevoerd. Het is daarmee de cruciale rol van de logistiek om het gevecht draaiende te houden. De militair filosoof Sun Tzu schreef er 2.500 jaar geleden al over1: “Een leger zonder bevoorrading zal verliezen“.

Tijdens de Koude Oorlog had Nederland een breed netwerk van tussenposten: brandstofpunten, munitiedepots, herstelinrichtingen en commandoposten in Nederland en Duitsland. Na de Koude Oorlog is de hele structuur verdwenen. Fighter Lion is ook bedoeld om te oefenen in het bouwen van een grote logistieke keten.

Wat is een National Support Element?

In NAVO-doctrine heeft elke deelnemende natie een eigen National Support Element – Land (NSE-L). Dat is het nationale onderdeel dat de logistieke verbinding legt tussen het thuisland en de uitgestuurde troepen. Een NSE valt niet onder operationeel commando van de NAVO-commandant, maar blijft onder nationale aansturing. Het coördineert de eigen bevoorrading zodat die aansluit op de multinationale logistieke structuur.

Bij Fighter Lion is het NSE-Land gevestigd in Marnehuizen, het oefendorp in de Marnewaard. Van hieruit regelt het NSE-Land de complete ondersteuning van de eenheden in Duitsland.

De logistieke structuur

De logistieke structuur volgt NAVO-doctrine2 en bestaat uit drie echelons. Vanuit het achtergebied, de Rear, op zo’n 500 kilometer van het oefenfront, gaan voorraden naar de Main, op 150 kilometer van het front. Vanuit de Main rijden kleinere voertuigen naar de Forward-positie, op maximaal 15 kilometer van de frontlinie. Vandaar loopt de dagelijkse bevoorrading rechtstreeks naar de vechtende eenheden.

In een schema ziet de logistieke keten er als volgt uit:

En op de kaart zijn de verschillende gebieden te zien. De militaire tekens op de kaart geven de eenheden aan. Die met een X boven het vierkant zijn brigades, XX staat voor divisies. Op de kaartjes met de rode ruit zie je de eenheden van de vijand. Iedere bevoorradingsroute heeft een naam gekregen.

Bij de Logistic Support Area in Marnehuizen

De logistieke plek in het achterland (Rear) draagt de naam Logistic Support Area (LSA). Hier is zwaartepunt van de logistieke ondersteuning geconcentreerd. De LSA ligt bewust buiten het bereik van direct vijandelijk vuur. De voorraden liggen klaar voor distributie. Tijdens Fighter Lion werken in de LSA in de Marnewaard zo’n 400 mensen, militairen en burgers samen.

Er zijn 38 van de in totaal 75 trekker-opleggercombinaties (tropco’s) ingezet. Grote aantallen containers staan er gevuld met voorraden. Zowel militaire als civiele vrachtauto’s brengen de voorraden, militaire vrachtauto’s distribueren ze dieper het gebied in. Voor de troepen liggen duizenden flessen drinkwater klaar. Zelfs grote aggregaten staan er klaar om naar het oosten te gaan.

Maintenance Hub: zwaarste reparaties in het achterland

Logistiek draait niet alleen om bevoorrading. Ook beschadigd materieel moet snel terugkeren in de operatie. De hersteleenheden van de brigades zijn bedoeld voor snelle reparaties van maximaal een paar uur. Battle Damage Repair (BDR) noemen ze dat. Een schade waarvan het herstel 96 tot 120 uur vraagt, gaat naar de Maintenance Hub in de LSA.

De Hub draait voor een groot deel op burgerpersoneel. Het Materieellogistiek Commando Land (MatLogCo) doet het meeste werk met militaire- én met burger-medewerkers. In de Maintenance Hub werken daarnaast technici van bedrijven als Pon Automotive en Scania.

De Maintenance Hub heeft buiten de werkplaats ook nog een groot aantal voertuigen. Voor zichzelf, zoals de oude Volkswagen-busjes van de Explosieven Opruimingsdienst (EOD). Deze werden afgestoten terwijl ze nog goed waren. MatLogCo is er blij mee en gebruikt de vijf stuks voor hun eigen vervoer.
De Hub heeft reserve-onderdelen maar ook complete voertuigen in beheer. Mocht er een PzH2000-pantserhouwitser nodig zijn dan kunnen ze ook daarin voorzien.

Krijgsgevangenenkamp: modulair en gebouwd door bedrijfsleven

Voor het eerst in meer dan dertig jaar oefent de Koninklijke Landmacht op de opvang van krijgsgevangenen. In Marnehuizen staat een modulair krijgsgevangenenkamp dat nu ruimte biedt aan zo’n 200 gevangenen. Het is uitbreidbaar tot 2.000 mensen.

Het kamp is niet gebouwd door militairen. Die bevinden zich in oorlogstijd dicht bij het front. In plaats daarvan heeft een cluster van dertig bedrijven, verenigd in de Infra Capacity Alliance (ICA), het opgezet. Die bedrijven kennen dit soort werk: ze leggen normaal gesproken de infrastructuur aan van grote festivals als Defqon.1 en Lowlands. Binnen een week kunnen ze een volledig functionerend kamp voor 2.000 man neerzetten.

Het kamp oogt verrassend modern en wijkt sterk af van het traditionele beeld van een krijgsgevangenenkamp. Witte modulaire units bevatten stapelbedden, doucheruimtes, een eetzaal en een medische post. “Krijgsgevangenen kunnen rekenen op een onderkomen dat minstens zo luxe is als dat waarin onze eigen troepen verblijven,” zegt brigadegeneraal Nicole de Wolf-Fabricius, commandant van het OOCL.

Toezicht verloopt niet meer via bemande wachttorens op elke hoek maar met geavanceerde camerasystemen die reageren op beweging en geluid. “Waarom zou ik militairen fysiek een hek in de gaten laten houden, als één camerasysteem het hele terrein afdekt?” vraagt De Wolf. Indien nodig vliegt er een drone boven het kamp die live beelden doorstuurt naar de commandopost.

De humane aanpak is bewust. “Wij verwachten dat onze Nederlandse militairen ook menswaardig worden behandeld, mochten zij krijgsgevangen worden gemaakt,” legt de generaal uit. Bovendien zijn vijandelijke soldaten eerder geneigd zich over te geven als ze weten dat ze fatsoenlijk worden behandeld. “Als je mensen slecht behandelt, sluiten ze zich af. Behandel je ze menselijk, dan vergroot je de kans op waardevolle informatie”. Militaire juristen komen langs om te beoordelen of het geheel voldoet aan de Geneefse Conventies.

Opvallend is hoe Defensie de samenwerking met de ICA heeft ingericht. In plaats van gedetailleerde specificaties stelt de landmacht vast welk resultaat gewenst is. “Wij als Defensie timmeren daarom nu niet alles dicht met eigen voorschriften, maar zeggen louter welk effect we willen bereiken”, zegt De Wolf. Het is een bewust andere wijze van werken, sneller en met meer expertise in het ontwerp en de bouw.

De modulaire opzet heeft ook toepassingen buiten oorlogstijd. Met aanpassingen zijn de units inzetbaar als noodopvang voor vluchtelingen of opvanglocatie bij nationale rampen. Het OOCL heeft daarvoor al contacten met veiligheidsregio-organisaties.

SkyHive: autonome dronebewaking

De beveiliging van het gebied is in handen van reservisten van het Korps Nationale Reserve, deels met drone-inzet.

Het 10e Infanteriebataljon Bewaken Beveiligen oefent bij de LSA met het gloednieuwe SkyHive-systeem van het Nederlandse bedrijf Tective Robotics. Vanuit één SkyHive-station, een mobiel start- en landingsplatform, kunnen tot vijf drones worden ingezet. Het systeem wisselt automatisch de batterijen en dat maakt 24/7-operaties mogelijk.
Er worden tijdens Fighter Lion twaalf piloten opgeleid. Ze zijn er klaar voor als ze eind van het jaar hun eigen systeem krijgen (nu hebben ze een geleend systeem).

De geplande vliegdemonstratie ging niet door omdat de wind te hard was.

Burger en militair werken steeds nauwer samen

Wat bij het bezoek aan de LSA opvalt, is hoe vanzelfsprekend de aanwezigheid van burgers inmiddels is. Technici van Pon en Scania naast militaire monteurs en festivalbouwers die een krijgsgevangenenkamp neerzetten. De Koninklijke Landmacht oefent bij Fighter Lion niet alleen het gevecht zelf maar ook een nieuwe manier van werken.

In de volgende reportage volgt DefensieFotografie de eenheden in Duitsland.


  1. Hoofdstuk 7, The Art of War, Sun Tzu, 400 jaar voor Christus
    De kunst van het oorlogvoeren – Wikipedia ↩︎
  2. De NAVO AJP-4-familie (Allied Joint Publication-4 ) vormt de basis voor sustainment (ondersteuning) en logistiek tijdens militaire operaties. Deze doctrine zorgt ervoor dat NAVO-eenheden en partnerlanden wereldwijd naadloos kunnen samenwerken en bevoorraden. ↩︎