Martin BosOefeningen

Militaire monteurs oefenen in de stad

De landmacht richt zich steeds meer op oorlogvoering in verstedelijkt gebied. De strijd wordt voor een groot deel gevoerd tussen de huizen. Om die reden oefent de 43 Herstelcompagnie (43 Gemechaniseerde Brigade) deze week tussen de bebouwing in het Gelderse Voorthuizen.

Oorlog-zwaartepunt verschoven naar de stad

Leopard 2 tank in (oefen)dorp

Waarom dan de nadruk op de stad of, zoals we dat noemen, verstedelijkt gebied? Grofweg 40 jaar geleden zaten we in de Koude Oorlog. Als de Russen zouden komen, dan zouden de Nederlandse troepen op de Noord-Duitse laagvlakte tegenhouden. Onze dienstplichtigen zaten in het gebied en we hadden er onze vorgeschobenes Versorgungslager‘ (de vooruitgeschoven NAVO-opslagplaatsen). De laatste decennia is er een wereldwijde beweging ingezet waarbij de gevechten zich meer ‘naar de stad’ verplaatsen1. De Koninklijke Landmacht beweegt hier uiteraard in mee: 17 Pantserinfanteriebataljon oefende in Waalwijk (reportage) en de grootste Landmacht-oefening van 2025, Bastion Lion, zal zich komende weken in de stad afspelen. Het is deze week de reden dat we 43 Herstelcompagnie in het verstedelijkte gebied zien oefenen!

De eenheid staat onder leiding van kapitein Saltzherr. “Voorheen oefenden we voornamelijk in het bos,” legt de kapitein uit. “Nu wilden we wel eens een keer trainen in verstedelijkt gebied. Waarom? Om flexibeler te zijn, zeker met het oog op de lopende conflicten in de wereld. In het bos moet je de beschutting van bomen opzoeken, hier moet je een loods zo ongezien mogelijk in- en uitgaan. Onzichtbaarheid is een groot goed in ons vak.”

43 Herstelcompagnie / 434 Herstelpeloton

Het logo van de eenheid op een patch

Bij 43 Herstelcompagnie werken de monteurs van de 43 Gemechaniseerde Brigade. Zij onderhouden en repareren het materieel van de brigade, van voertuigen en apparatuur tot wapens. In Havelte hebben ze hiervoor op de kazerne een prachtige werkplaats. Tijdens oefeningen gaan ze mee met de pantserinfanterie. Waar de strijd is, vinden we ook de monteurs.
De oefening van vandaag is in handen van 434 Herstelpeloton, een van de vijf herstelpelotons van de 43 Herstelcompagnie.

In Voorthuizen hebben de monteurs de verlaten fabriekshal van Vreugdenhil Dairy Foods ingericht als tijdelijke werkplaats. De loods staat leeg en over een paar jaar staat op deze plek een woonwijk met 130 appartementen. Kapitein Saltzherr is tevreden: “Via via kwam Defensie dit complex op het spoor; de militairen bleken er nog in te kunnen voordat de laatste loodsen plat gaan.”

Inrichting van de werkplaats

Buiten de loods is weinig te zien. Een Gryphus-vrachtauto is achter een reclamebord voor het gebouw gecamoufleerd in grijze kunststof doeken. De vierkante vormen van het gebouw zijn zoveel mogelijk binnen de camouflage behouden. Een niet-gecamoufleerde aanhanger geeft weg dat er iets te doen is. Hoe anders is het dan het camoufleren in een bos.
Binnen in de loods toont het ineens heel anders. Met in totaal 25 voertuigen en 50 militairen heeft het 434 Herstelpeloton er een complete werkplaats, slaapplaats en sporthal gebouwd. Buiten het zicht van iedereen. Je moet het weten dat ze er zitten.

Laten we eens binnen gaan kijken. De ruimte is logisch ingedeeld in een aantal functionele plekken.

Garage en werkplaats

De Scania Gryphus is het standaard-voertuig van de eenheid. Ze staan in alle ruimtes van de loodsen opgesteld en op zo’n manier dat ze direct weg kunnen rijden.

De Scania’s worden nog door de monteurs liefkozend ‘toolset‘ genoemd. Het woord komt uit de tijd dat de gereedschapcontainers en werkplaatsen nog op een DAF YA-4442 stonden. De containers zijn echter gloednieuw en voorzien van alle gemakken zoals gereedschap en heel veel keurig gelabelde onderdelen. Er zijn laptops om storingen in voertuigen uit te kunnen lezen en lampen om reparaties in het donker uit te kunnen voeren. Iedere toolset heeft zijn eigen bureautje en werkbank. Met als bijkomend voordeel dat een werkbank ook een prima plek is voor een matras.

Wat niet betekent dat iedereen een comfortabel plekje in de vrachtauto heeft. Gelukkig is daar een oplossing voor.

Van alle gemakken voorzien

In de hal is voor de liefhebber een sportzaal gemaakt. Er is een kantine. En stromend water (uit de waterwagen).

En natuurlijk zijn er de Dixi’s en het plaskruis.

Herstellen

De eenheid is in Voorthuizen om te oefenen en niet om alleen te logeren. Er zijn daarom verschillende voertuigen die langskomen om aan te sleutelen. Er worden geen voertuigen bewust stukgemaakt voor de oefening. De kapitein: “We kunnen moeilijk simuleren dat een voertuig kapot is. Hier moeten echt dingen vervangen worden – zo zijn wij eigenlijk altijd aan het werk.” De CV90 die via een oplegger van Van der Vlist binnenkomt is toe aan een reparatie van de eindaandrijving. Een militair-monteur begint direct. Een collega helpt hem.

Iets verderop staat er een Manticore in de hoek. Normaliter doet Iveco op deze nieuwe voertuigen het onderhoud. Voor het werk zijn er natuurlijk ook militairen opgeleid.

Uitdaging: een werkende MB!

Een team heeft een heel bijzondere opdracht. Ze moeten van drie wrakken van het Mercedes-terreinvoertuig één werkend exemplaar maken. Ook dit is relevant militair werk. Want in de strijd kan het zomaar voorkomen dat je moet roeien met de riemen (onderdelen) die je hebt. Eén samengesteld rijdend voertuig voor de infanterie is beter dan geen voertuig. Er wordt nog volop nagedacht hoe ze het aan gaan pakken. Op witte vellen aan de muur beschrijft iemand welke onderdelen nog bruikbaar zijn.

In de omgeving

Een groot herstelpunt zoals je hierboven ziet, ligt vaak op grotere afstand van het gevecht. De monteurs kunnen op die manier in relatieve rust in hun garage het werk doen. Maar niet altijd is er tijd om naar de garage te gaan en is de Wegenwacht nodig. De hersteleenheid heeft dan de mogelijkheid om een Mobiel Service Punt (MSP) in te richten. Het zijn vooruitgeschoven plekken waar snel de noodzakelijke reparaties gedaan kunnen worden.
Ook bij deze oefening zijn er MSP’s maar dan op het industrieterrein in Barneveld. Een paar bedrijven hebben hun ruimte ervoor beschikbaar gesteld. Zoals bij Van Raak Staal of bij het logistiek bedrijf Jonker & Schut. Een paar militaire voertuigen verraden dat er wat te doen is. En als je goed kijkt dan zie je nog een gecamoufleerde Gryphus staan. Op afstand goed zichtbaar maar verderaf (zie foto boven van de hoofdloods) wordt hij onzichtbaar. De nodige onderdelen worden met de vrachtauto gebracht. Het echte werk, herstel van een Fennek, gebeurt binnen.

Monteur én militair

Ze werken met voertuigen, maar zijn niet zomaar monteurs. Want je werkt bij een militaire hersteleenheid die tijdens uitzendingen of oefeningen of op de kazerne verantwoordelijk is voor het onderhoud en herstel van wiel- en rupsvoertuigen, geschut, instrumenten, verbindingsmiddelen en aggregaten. En daar zit dan direct het grote verschil: alle mensen van de eenheid zijn juist ook militair. Beveiligen en wachtlopen is dus ook een van de taken op deze oefening.


  1. Redenen voor het verschuiven van de oorlog naar de stad:
    Toenemende verstedelijking – Steeds meer mensen wonen in steden. Conflicten verplaatsen zich daardoor automatisch naar stedelijke gebieden, waar strategische doelen zoals regeringsgebouwen, belangrijke infrastructuur en industrie zich bevinden.
    Moderne oorlogsvoering – Traditionele gevechten tussen legers op open terrein worden minder vaak gevoerd. De lang voorspelde slagen tussen tanks zijn niet meer van deze tijd. In Oekraïne zien we nu een redelijk statisch (onbeweeglijk) front en zit iedereen ingegraven. De aanvallen op steden (met bijvoorbeeld drones) halen de pers. Conflicten spelen zich in andere delen van de wereld af in steden waar guerrillagroepen, terroristen en milities zich verschuilen tussen burgers. Aanvallen op de burgerbevolking zijn voor sommige regimes ook valide…
    Asymmetrische oorlogsvoering – Kleine gewapende groepen vechten tegen grotere legers en gebruiken steden als schuilplaats. Ze maken gebruik van tunnels, gebouwen en burgers om aanvallen te bemoeilijken. Zie bijvoorbeeld de huidige strijd in Gaza.
    Technologische ontwikkelingen – Drones, geavanceerde surveillance en precisiewapens maken gevechten effectiever, maar ook complexer. Drones domineren het front in een enorme diepte. Legers moeten nieuwe tactieken ontwikkelen waardoor een deel van het gevecht zich naar de stad verplaatst. De ‘urban warfare‘ groeit door de technologische ontwikkelingen in de mogelijkheden.
    Hoge strategische waarde – Het beheersen van een stad betekent controle over wegen, communicatie en handel. Dit maakt steden belangrijke doelen in moderne conflicten. ↩︎