Martin BosOefeningen

434 Herstelpeloton werkt in Soesterberg

Deze en vorige week oefent 43 Herstelcompagnie van 43 Gemechaniseerde Brigade tijdens de oefening Beaver Legacy als één eenheid. In Soesterberg richt 434 Herstelpeloton daarvoor in een hoek van het oude MOB-complex een mobiele garage in. Vanaf die plek houdt het peloton het materieel van 45 Pantserinfanteriebataljon inzetbaar, terwijl dat bataljon verderop (virtueel) in gevecht is met de tegenstander. Veel actie is er niet te zien. En dat is in meerdere opzichten precies de bedoeling.

Eén herstelcompagnie, meerdere plekken

De oefening Beaver Legacy is de oefening van 43 Herstelcompagnie. Voor het eerst in lange tijd trainen de staf en vier pelotons weer samen als één compagnie. De monteurs bouwen daarvoor op verschillende militaire en civiele locaties een mobiele werkplaats op. Onder meer in Soesterberg, Wijster en Pesse.

De naam Beaver Legacy sluit aan bij eerdere hersteloefeningen van 43 Herstelcompagnie. ‘Beaver’ verwijst naar de bever in het wapen van de compagnie.

Hoofdherstelwerkplaats

De hoofdherstelwerkplaats is de centrale werkplaats van het herstelpeloton. Vanuit deze locatie gaan herstelploegen op pad om voertuigen te bergen of ter plaatse te repareren. Het grotere herstel vindt hier plaats.

De monteurs werken onder meer aan de CV90, de Manticore en het Fennek verkenningsvoertuig. Ook onderhouden ze de aanhangers, wapensystemen, radio’s en aggregaten. Een oude Ford Ranger is eveneens een reparatie-object.

Het garagebedrijf van Defensie

434 Herstelpeloton werkt voor het 45 Pantserinfanteriebataljon. Dat bataljon voert in deze oefening op papier het gevecht. De monteurs zitten in hetzelfde gebied, maar een stuk achter het front (zie het oleaat hierboven). Bij het begin van de oefening zat de eenheid in Marnewaard. Ze zijn het gevecht gevolgd naar Soesterberg.

Kapitein Roy, commandant van het peloton, legt uit hoe het werk er normaal uitziet. “Wij zijn eigenlijk het garagebedrijf van Defensie.” Op de kazerne in Havelte, de Johannes Post Kazerne, komt elk voertuig minstens één keer per jaar op onderhoudsbeurt. Dat is preventief onderhoud: de technische staat zo hoog mogelijk houden, zodat er zo min mogelijk uitvalt.

In het veld verandert dat. Het peloton doet hier vooral correctief onderhoud, dus herstel van wat stukgaat. “Correctief is voor een monteur over het algemeen uitdagender”, zegt de kapitein. Gaat er een voertuig kapot, dan volgt eerst een diagnose bij de eenheid zelf. Is het voertuig nog inzetbaar? Zo niet, dan is het aan het herstelpeloton. De monteurs halen het voertuig op of gaan ernaartoe. Bij grote reparaties gaat het voertuig verder naar achteren. Naar de hoofdherstellocatie of naar bijvoorbeeld een Maintenance Hub zoals in de oefening Fighter Lion.

Geen storing, geen werk

Op de dag van het bezoek staan er op een paar Scania’s na weinig voertuigen in de werkplaats. Dat betekent dat het materieel in het gevecht het goed doet in dit scenario. Voor de brigade is dat goed nieuws. Voor de hersteloefening ligt dat anders.

De infanterie wil het liefst dat de monteurs niets te doen hebben. “Het ideaal is dat de monteurs met de armen over elkaar zitten en wachten op werkzaamheden”, zegt de kapitein. “Maar dat is natuurlijk een utopie.” De oefening Beaver Legacy heeft echter werk nodig, want meerdere pelotons moeten trainen. De compagnie zoekt daarom ook zelf voertuigen op kazernes die hersteld moeten worden. Die gaan naar de oefening en worden ingepast in het scenario.

In de tussentijd pakken de militairen die niet nodig zijn hun rust. Op de veldbedden en in de slaapzakken liggen de militairen te slapen. Anderen lopen wacht. Weer anderen doen onderhoud aan de eigen spullen.

Mobiele ploeg naar voren

Tijdens het bezoek komt een nieuwe order binnen. Een mobiele ploeg moet naar een kazerne in de buurt. Daar wacht een casus voor battle damage repair (BDR), het geïmproviseerde herstel van gevechtsschade. Het voertuig is kapot en er zijn geen reservedelen. De monteurs moeten het toch aan de praat krijgen.

Dat past bij hoe de eenheid werkt. Een voertuig helemaal terughalen kost tijd. “Als je met een klein clubje naar voren kunt en daar het voertuig geïmproviseerd repareert, dan kan het voorlopig verder met het gevecht” zegt de kapitein.

Transport in Beaver Legacy

Het 434 Herstelpeloton heeft zijn eigen Buffel bergingstank voor het zware werk.

Voor het aan- en afvoeren van de grotere voertuigen maakt de eenheid gebruik van de diensten van de 140 Zwaar Transportcompagnie. Met hun trekkers en opleggers (Tropco’s) regelen ze het vervoer. Een gerepareerde CV90 (het oorspronkelijke ‘legacy-model, niet de MLU) en een Fennek worden opgehaald.

Verspreid en gecamoufleerd

Wie rondkijkt, ziet weinig van beveiliging of counter-droneactiviteiten. Dat roept de vraag op hoe een herstelpunt onder moderne omstandigheden kwetsbaarheid voorkomt.

Volgens kapitein Roy ligt dat genuanceerder. Een herstelpunt dat een volledig bataljon met toegevoegde eenheden steunt, telt bijna vijftig voertuigen, vooral Scania’s. “Als wij met vijftig voertuigen op één locatie gaan staan, zijn we natuurlijk een heel kwetsbaar doel”, zegt hij. Daarom staat de eenheid verspreid over meerdere locaties. Hoe verder naar voren, hoe beter de voertuigen gecamoufleerd worden.

In een civiele omgeving komt daar een mogelijkheid bij: de voertuigen gaan een gebouw in. Het oude MOB-complex in Soesterberg past in die gedachte. “Op het moment dat je buiten staat, zie je het voertuig niet”, zegt hij. “Dat is uiteindelijk wat we willen bereiken.” En dat is vergelijkbaar met de werkwijze die de eenheid vorig jaar bij de oefening in Voorthuizen liet zien.

Evaluatie aan het eind van de week

De oefening loopt de rest van de week door. Kapitein Roy kent het grove verloop. Halverwege de week verwacht hij het bericht dat het scenario voor de eigen troepen goed verloopt en dat de compagnie terug moet naar een thuisbasis voor onderhoud. Aan het eind van de week volgt een evaluatiemoment waarmee Beaver Legacy wordt afgerond.

Over ruwweg een jaar zal de omgeving Soesterberg voor het 434 Herstelpeloton vertrouwd aanvoelen. De hersteleenheid verhuist samen met het 45 Pantserinfanterie naar de Dumoulin kazerne in Soesterberg.


Op verzoek zijn enige gezichten van de militairen onherkenbaar gemaakt. Bij hun gezichten is hierbij gebruik gemaakt van een nieuwe techniek. Deze keer geen balkje over de ogen of een mozaïek van het gezicht. Met de nieuwe techniek wordt het gehele gezicht vervangen door een AI-afbeelding. Met deze manier van aanpassen wordt het karakter van de foto (grotendeels) behouden.