Martin BosOefeningen

Fighter Lion in Duitsland: commandopost, FPOL en dronedreiging

De oefening Fighter Lion draait niet alleen om technologie en simulatie. Het draait om mensen die onder druk beslissingen nemen, eenheden die door vijandelijk gebied bewegen en commandanten die hun brigade in leven houden.

In dit tweede deel van Fighter Lion in Duitsland komen we dichter bij het gevecht. We bezoeken de verborgen commandopost van 43 Gemechaniseerde Brigade, zien hoe colonnes zich beschermen tegen drones en volgen een van de meest complexe manoeuvres van de oefening: de Forward Passage of Lines. Zo ziet het moderne gevechtsveld eruit: verspreid, gecamoufleerd en voortdurend onder dreiging van drones.

Verborgen commandopost 43 Gemechaniseerde Brigade

Aan de rand van het bos, nauwelijks zichtbaar tussen de bomen, staat een Boxer-pantservoertuig. Camouflagenetten houden hem verborgen. Brigadecommandant brigadegeneraal Remco van Ingen van 43 Gemechaniseerde Brigade heeft zijn gezicht en handen gecamoufleerd. Dit is de Forward Command Post van 43 Gemechaniseerde Brigade, het hart van de brigade in het veld.

De voertuigen die de commandopost vormen, staan niet bij elkaar. Ze zijn bewust verspreid over het bos. Generaal van Ingen legt uit waarom. “Je wilt niet dat als één voertuig wordt opgemerkt door een drone, meteen alle voertuigen zijn opgemerkt.” De les is afkomstig uit Oekraïne, waar gegroepeerde commandoposten een aantrekkelijk doelwit blijken voor drones en artillerie. In het veld werkt dat anders dan vroeger. Geen kring van voertuigen met een commandotent in het midden, maar verspreid met verbindingen via veilige digitale systemen.

De camouflage op de voertuigen is dubbel uitgevoerd. Als eerste is het voertuig bedekt met een deken die het infraroodbeeld (warmte) blokkeert. Daar overheen liggen de traditionele netten die de vorm maskeren en het voertuig laten opgaan in het terrein.

In een van de Boxers werken stafofficieren aan schermen met digitale en papieren kaarten. Digitaal en papier bestaan hier bewust naast elkaar. Zo blijft bij systeemuitval het overzicht bewaard. Foto’s maken binnenin de Boxer is niet toegestaan Dat mag wel van de militairen die aan hun ontbijt zitten.

De drone-tunnel

Wie richting het operatiegebied rijdt, passeert een tunnel met netten tegen drones. Nederlandse genisten hebben deze beschermde gang over de weg gebouwd naar het voorbeeld van de Oekraïense strijdkrachten die hier al veel langer mee werken. De netten kunnen explosieve drones die op hoge snelheid op voertuigen afkomen tegenhouden. Bovendien biedt de tunnel ook enige bescherming tegen de warmtebeeldcamera’s op drones.

De eerste die er doorheen rijden zijn de verkenners van de Forward Passage of Lines.

Forward Passage of Lines (FPOL)

De tactische uitdaging in Fighter Lion is de Forward Passage of Lines (FPOL). 43 Gemechaniseerde Brigade neemt, zoals al eerder genoemd, het gevecht over van 13 Lichte Brigade en stoot door richting de vijand.

Kolonel Henk Ouwehand van de Staf Operaties van de Landmacht, geeft de schaal van de uitdaging aan. Eén brigade telt ruwweg 600 voertuigen en 2.000 tot 3.000 mensen. Als beide brigades gelijktijdig door hetzelfde terrein bewegen, ontstaat een grote concentratie die direct aandacht van vijandelijke drones trekt. Ervaringscijfers uit vergelijkbare operaties laten verliezen van 40 procent zien, aan mensen en materieel. Tegenmaatregelen zijn misleiding, spreiding en camouflage.

13 Lichte Brigade is in Fighter Lion als eerste ingezet omdat haar lichte gepantserde wielvoertuigen snel grote afstanden overbruggen. Ze bezetten het terrein en stabiliseren de situatie. 43 Gemechaniseerde Brigade, met haar zware rupsvoertuigen, heeft meer aanrijtijd nodig. Zodra 13 de vijand heeft geblokkeerd, gaat het 43e de beslissende aanval uitvoeren.

“Onze aflossing”, zegt luitenant-kolonel Marcel Kerstens, bataljoncommandant van het 42e Pantserinfanteriebataljon Regiment Limburgse Jagers (42BLJ), wanneer een volledig eskadron Leopard 2-gevechtstanks hard voorbij komt rijden. De overste zelf heeft vier dagen gevochten met zijn 900 militairen en 235 voertuigen. “Het ging supergoed. We hebben de aanvallers tot stilstand gebracht.”

Na de Leopards komen de lichte wapens in de vorm van de CV90 infanteriegevechtsvoertuigen gevolgd door Boxers pantserwielvoertuigen en Manticores. De stroom voertuigen maakt direct duidelijk hoe omvangrijk de operatie is. Een Leopard Buffel bergingstank sluit de rij af.

CEMA: elektronische bescherming

Op meerdere locaties in het oefengebied staan voertuigen van de CEMA-eenheid: Cyber en Elektromagnetische Activiteiten. Uitgerust met antennes en stoorsystemen verstoren ze vijandelijke droneverbindingen, blokkeren ze radarsignalen en schakelen ze communicatiemiddelen uit. Het doel is een elektronische beschermingslaag te creëren waarbinnen eigen eenheden kunnen bewegen zonder gezien of verstoord te worden.

Majoor John leidt een van die cyber-eenheden. “We zoeken radiosignalen om te zien met wat voor vijand we te maken hebben,” vertelt hij. “De kunst is zien zonder gezien te worden.” Tegelijkertijd kent het werk ook een interne uitdaging. Want als je zelf in het elektromagnetisch spectrum actief bent, geef je je eigen positie prijs. Eigen troepen mogen geen hinder ondervinden van de eigen stoorsystemen.

Groene Marechaussee

Langs de aanrijroute van de Passage staan militairen van de Koninklijke Marechaussee opgesteld in hun gevechtsuniform. Niet in het blauw, maar volledig in het groen. Het gaat om militairen van het 101 Marechausseebataljon die hun klassieke militaire ondersteuningsrol uitvoeren: het begeleiden van militaire colonnes, het controleren van routes en het bewaken van militaire objecten en posities. Ook de afhandeling van krijgsgevangenen valt onder hun taken.

De inzet van de Marechaussee in de groene rol is een bewust onderdeel van Fighter Lion. De afgelopen decennia lag de nadruk van de Marechaussee op grenscontrole en politietaken. Nu oefent ze opnieuw voor directe ondersteuning bij brigadeoperaties in het gevechtsveld.

Infanterie onder dronedreiging

In een apart oefenonderdeel oefenen infanterie-eenheden het optreden onder permanente dronedreiging. Op het moderne slagveld is onzichtbaar blijven steeds moeilijker. Toch leren infanteristen zo onzichtbaar mogelijk te blijven: ingraven, afstand bewaren en blijven bewegen. Kleine drones cirkelen boven de oefenlocaties. Vriend of vijand? Dat is vanaf de grond zelden met zekerheid te zeggen.

In Oekraïne halen de eigen troepen meer dan de helft van hun drones neer. De overste Kerstens is daar nuchter over. “Ik schiet liever één drone van mijzelf uit de lucht dan één van de opponent te weinig.” Maar hij maakt zich ook zorgen over wat het constante gezoem met zijn mensen doet. “In de Eerste Wereldoorlog raakten mensen getraumatiseerd door het geluid van mortieren en artillerie. Nu raken mensen getraumatiseerd door het geluid en de aanblik van drones.”

Op de commandopost van overste Kerstens hebben de militairen ook in ruime mate de beschikking over drones. Tot de beschikbare middelen behoren tactische drones als de Parrot en de grote EOS-R voor verkenningen op grote hoogte.

Voor hun eigen beveiliging staan er in de bosrand een aantal Bushmaster-pantservoertuigen die met de camera van hun Remote Controlled Weapon System (RCWS) de omgeving in de gaten houden. Aan de rand van het terrein bewaken twee militairen de toegangsweg vanonder de nieuwe camouflagemantels. Een MB-terreinvoertuig verzorgt de ambulante bewaking.

Meer van deze oefening?

Deze reportage is onderdeel van een uitgebreide serie over Oefening Fighter Lion. Bekijk het volledige Dossier Oefening Fighter Lion voor het complete overzicht, achtergronden en alle fotoreportages.